Zet de tijden op de tijdlijn.
Tip: Tussen twee hele uren staan drie streepjes. Elk streepje is een kwartier.
A 8:30, de tijdmachine vertrekt naar de dinosaurussen
B 9:15, terug van de dinosaurussen
C 10:00, terug van het ridderkasteel
D 11:15, vertrek naar de toekomst
Antwoord: A: 8,5, B: 9,25, C: 10, D: 11,25
Uitwerking
- A (8:30) precies tussen 8 en 9, het tweede streepje na 8
- B (9:15) één streepje na 9
- C (10:00) bij 10
- D (11:15) één streepje na 11
Veelgemaakte fouten
- Zet 9:15 bij het vijftiende streepje, of denkt dat elk streepje 1 minuut of 10 minuten is.