Welk getal is A?
Antwoord: 3
Lampje 4 en lampje 1 zijn aan. Dit is 4 + 1 = 5.
Professor Pi seint drie getallen.
Welk getal is A?
Antwoord: 3
Welk getal is B?
Antwoord: 9
Welk getal is C?
Antwoord: 13
8 + 4 + 1 = 13.
Welk getal is de code van Sam echt?
A 2
B 3
C 12
Antwoord: C (12)
Lampje 8 en lampje 4 zijn aan: 8 + 4 = 12.
Welke code is 10?
A
B
C
Antwoord: A (
10 = 8 + 2. A is 10, B is 5 en C is 12.
Maak deze getallen met de lampjes. Teken een dicht rondje voor aan en een open rondje voor uit.
Dus
Tip: Begin bij lampje 8. Past 8 erin? Kijk dan naar 4, 2 en 1.
Een slimme aanpak is van groot naar klein. Past 8? Zet hem aan en kijk wat er over is.
Alle vier de lampjes zijn aan. Welk getal is dat?
Antwoord: 15
8 + 4 + 2 + 1 = 15. Dat is het grootste getal dat je met vier lampjes kunt seinen.
Schrijf de code van elk getal van 0 tot en met 15. Teken weer dichte en open rondjes.
Tip: Bij 0 zijn alle lampjes uit. Wat verandert er als je steeds 1 erbij doet?
Hoeveel codes heeft het getal 6?
A Eén code
B Twee codes
C Drie codes
Antwoord: A (Eén code)
Alleen
Hoeveel verschillende codes kun je maken met vier lampjes? Tel de code met alle lampjes uit ook mee.
Antwoord: 16
De getallen 0 tot en met 15: dat zijn 16 codes.
Het eerste getal van elke kaart is dik gedrukt.
Het getal staat op kaart A, B en D. Welk getal is het?
Antwoord: 11
1 + 2 + 8 = 11. Controle: 11 staat op A, B en D, niet op C.
Het getal staat alleen op kaart C en D. Welk getal is het?
Antwoord: 12
4 + 8 = 12.
Op welke kaarten staat 13? Kleur alle goede.
A Kaart A
B Kaart B
C Kaart C
D Kaart D
Antwoord: A (Kaart A), C (Kaart C), D (Kaart D)
13 = 8 + 4 + 1, dus kaart D, C en A. Dat is ook de code
Doe de truc drie keer bij iemand anders. Schrijf op wat er gebeurde.
Geen vast antwoord
Kijk naar de getallen op kaart A. Welk lampje is bij al die getallen aan?
Tip: Zoek de codes op in je lijst met alle codes.
A Lampje 8
B Lampje 4
C Lampje 2
D Lampje 1
Antwoord: D (Lampje 1)
Welke getallen staan op kaart A?
A Alle even getallen tot 15
B Alle oneven getallen tot 15
C Alle getallen tot 8
Antwoord: B (Alle oneven getallen tot 15)
Waarom is lampje 1 aan bij alle oneven getallen? Leg het uit.
Tip: Welke getallen kun je maken als lampje 1 uit is?
Geen vast antwoord
"Met 8, 4 en 2 kom je alleen op even getallen" is voor groep 4 een sterke uitleg.
Leg aan Sam uit waarom de goocheltruc altijd werkt.
Tip: Kaart A hoort bij lampje 1. Bij welk lampje hoort kaart D?
Elke kaart hoort bij één lampje (A bij 1, B bij 2, C bij 4, D bij 8). Op een kaart staan alle getallen waarbij dat lampje aan is. Wie zegt op welke kaarten het getal staat, vertelt dus welke lampjes aan zijn. Die tel je op.
Sam heeft kaart B overgeschreven. Maar hij heeft één fout gemaakt.
Welk getal hoort niet op kaart B?
Tip: Bij welk getal is lampje 2 uit?
Antwoord: 13
13 = 8 + 4 + 1. Lampje 2 is uit, dus 13 hoort niet op kaart B.
Welk getal is Sam vergeten?
Antwoord: 14
14 = 8 + 4 + 2. Lampje 2 is aan, dus 14 hoort op kaart B.
In de lettercode is elke letter een getal. A = 1, B = 2, C = 3, en zo verder.
Ontcijfer de brief: 4 5 14 11 3 12 21 2
Antwoord: denkclub / denk club
4 = D, 5 = E, 14 = N, 11 = K, 3 = C, 12 = L, 21 = U, 2 = B. DENKCLUB.
Professor Pi seint ook een woord met de lampjes. Elke rij is één letter in de lettercode.
Welk woord seint Professor Pi?
Tip: Maak eerst van elke rij een getal. Zoek dan de letter op.
Antwoord: hallo
8 = H, 1 = A, 12 = L, 12 = L, 15 = O. HALLO.
Welke woorden kan 2112 allemaal zijn? Kleur alle goede.
Tip: Zet de spaties steeds op een andere plek.
A BAL
B UL
C BAAB
D KAB
E LAB
Antwoord: A (BAL), B (UL), C (BAAB)
Ook BKB (2 11 2) en UAB (21 1 2) passen. Zonder spaties weet je niet waar een letter ophoudt.
Ontcijfer: HPFE AP
Tip: Schuif elke letter één plek terug. H wordt G.
Antwoord: goed zo / goedzo
H = G, P = O, F = E, E = D, A = Z, P = O. GOED ZO.
Maak met de schuifcode een geheim van het woord KAT.
Antwoord: lbu
K wordt L, A wordt B, T wordt U. LBU.
Noor schrijft op hoe je een schuifcode ontcijfert. Maar haar briefje is door elkaar geraakt.
Zet de stappen van Noor in de goede volgorde.
A Ga één plek terug en schrijf die letter op.
B Neem de eerste letter van de geheime boodschap.
C Neem de volgende letter en doe hetzelfde.
D Zijn alle letters klaar? Lees dan het woord.
E Zoek die letter op in het alfabet.
Antwoord: B › E › A › C › D
Zo'n lijstje stappen is een algoritme. Vraag of de leerling een stap kan bedenken die ontbreekt (wat doe je bij de letter A?).
Hoeveel plekken heeft Professor Pi geschoven?
Tip: P is S geworden. Tel de stappen van P naar S in het alfabet.
Antwoord: 3
P, Q, R, S: drie plekken. Controle: I, J, K, L, ook drie plekken.
Wat staat er in de geheime boodschap?
Antwoord: pi lacht / pilacht
Elke letter drie plekken terug: S = P, L = I, O = L, D = A, F = C, K = H, W = T. PI LACHT.
Bedenk een eigen geheime code. Schrijf in stappen op hoe je een woord in jouw code zet. Zo kan een ander het ook.
Geen vast antwoord
Schrijf een korte boodschap in jouw code voor een klasgenoot.
Tip: Geef je klasgenoot ook je stappen. Kan hij of zij de boodschap ontcijferen?
Geen vast antwoord
Lukte het de klasgenoot niet? Zoek samen uit of het aan de code, de stappen of een schrijffout lag. Een code verbeteren is ook een mooie uitkomst.