tempono

Opslaan met een account

Met een gratis account sla je deze bundel op in je eigen materiaal: afdrukken, aanpassen en de antwoorden van je leerlingen nakijken.

De Denkclub: het dobbelsteenfeest

Groep 4 · rekenen · Kans en spel · 140 min

Eén dobbelsteen 45 min

ProfessorPidebaasvandeDenkclubWelkombijhetdobbelsteenfeestvandeDenkclub!Wegaanspelletjesspelen.Maareerstonderzoekenwededobbelsteenzelf.
Samsnel,maarsomstesnelIkgooibijnanooiteen6.De6ishetmoeilijkstegetal!
Noorprecies,rekentallesnaIkdenkdatelkgetalevenveelkansheeft.Maardatwilikeerstonderzoeken.
1

Je gaat 30 keer met één dobbelsteen gooien. Wat denk jij dat er gebeurt?

A De 6 komt het minst vaak

B De 1 komt het vaakst

C Elk getal komt ongeveer even vaak

ABC

Geen vast antwoord

Toelichting

Een voorspelling, geen goed of fout. Vraag na het gooien of de voorspelling uitkwam.

2

Gooi 30 keer met één dobbelsteen. Zet na elke worp een turfstreepje. Tel daarna de streepjes.

Tip: Zet steeds vijf streepjes als een bosje. Dan tel je makkelijker.

OgenTurvenAantal123456Samen

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • Er is 30 keer gegooid en samen is het 30
  • De aantallen kloppen met de turfstreepjes
3

Vergelijk met een klasgenoot. Schrijf jullie aantallen op en tel ze samen.

OgenIkKlasgenootSamen123456

Geen vast antwoord

Toelichting

Samen is het 60 worpen. Elk getal zou ongeveer 10 keer moeten komen, maar 6 of 14 keer kan ook gewoon.

Beoordelingscriteria

  • De sommen kloppen

De hele klas heeft ook gegooid. Samen 300 keer! Zo vaak kwam elk getal.

300worpenvandeklasaantalkeer0204060485351474952123456
4

Heeft Sam gelijk dat de 6 het moeilijkst is? Kijk naar de grafiek.

A Ja, de 6 kwam het minst vaak

B Nee, de 6 kwam niet het minst vaak. Alle getallen kwamen ongeveer 50 keer.

C Ja, want 6 is het grootste getal

ABC

Antwoord: B (Nee, de 6 kwam niet het minst vaak. Alle getallen kwamen ongeveer 50 keer.)

Uitwerking

De 4 kwam het minst vaak (47 keer), de 6 juist vaak (52 keer). De verschillen zijn klein.

5

Wat heb je ontdekt?

A Het getal dat ik het vaakst gooide, komt altijd het vaakst

B Een dobbelsteen is oneerlijk als niet elk getal precies even vaak komt

C Elk getal heeft evenveel kans. Toch komt het niet precies even vaak, zeker niet bij weinig worpen.

ABC

Antwoord: C (Elk getal heeft evenveel kans. Toch komt het niet precies even vaak, zeker niet bij weinig worpen.)

Doorvragen

  • Waarom kwamen de getallen bij de klas dichter bij elkaar dan bij jou alleen?
Kanswoorden•zeker:hetgebeurtaltijd•waarschijnlijk:hetgebeurtmeestal•nietwaarschijnlijk:hetgebeurtsoms,maarmeestalniet•onmogelijk:hetgebeurtnooit
6

Je gooit één keer. Je gooit een getal kleiner dan 7.

A zeker

B waarschijnlijk

C niet waarschijnlijk

D onmogelijk

ABCD

Antwoord: A (zeker)

7

Je gooit één keer. Je gooit geen 6.

A zeker

B waarschijnlijk

C niet waarschijnlijk

D onmogelijk

ABCD

Antwoord: B (waarschijnlijk)

Uitwerking

1, 2, 3, 4 en 5 zijn goed. Dat zijn 5 van de 6 getallen.

8

Je gooit één keer. Je gooit een 0.

A zeker

B waarschijnlijk

C niet waarschijnlijk

D onmogelijk

ABCD

Antwoord: D (onmogelijk)

9

Wat is waarschijnlijker als je één keer gooit?

A Een even getal

B Een 6

C Ze zijn even waarschijnlijk

ABC

Antwoord: A (Een even getal)

Uitwerking

Even zijn 2, 4 en 6. Dat zijn drie getallen, en de 6 is er maar één.

10

Wat is waarschijnlijker als je één keer gooit?

A Een getal groter dan 4

B Een getal kleiner dan 3

C Ze zijn even waarschijnlijk

ABC

Antwoord: C (Ze zijn even waarschijnlijk)

Uitwerking

Groter dan 4 zijn 5 en 6. Kleiner dan 3 zijn 1 en 2. Allebei twee getallen.

Veelgemaakte fouten

  • Kiest "groter dan 4", omdat grote getallen sterker lijken.
ProfessorPidebaasvandeDenkclubEendobbelsteenheeftnogeengeheim.Kijkeensnaardebovenkantendeonderkant.
11

Pak een dobbelsteen. Tel de ogen bovenop en onderop bij elkaar op. Draai de steen en doe het nog eens. Wat komt er steeds uit?

7

Antwoord: 7

Uitwerking

1 en 6, 2 en 5, 3 en 4 liggen tegenover elkaar. Samen steeds 7.

Zet je twee dobbelstenen op elkaar. Zo maak je een toren. De zijkanten kun je zien als je om de toren heen loopt. Maar de ogen onder de stenen en tussen de stenen zijn verstopt.

Bovenopdetorenzieje5ogen.
12

Hoeveel ogen zijn er verstopt in je toren van twee stenen?

Tip: Hoeveel ogen zitten er onder de 5? En hoeveel zijn de boven- en onderkant van de onderste steen samen?

9

Antwoord: 9

Uitwerking

Onder de 5 zit een 2. De onderste steen heeft boven en onder samen 7. Samen 2 + 7 = 9.

Veelgemaakte fouten

  • 14: telt ook de bovenkant van de toren mee (7 + 7).
Samsnel,maarsomstesnelIkweethetalvooreentorenvandriestenen.Elkesteenheeft7verstopt.Dus7+7+7=21!
Noorprecies,rekentallesnaHmm.Maardebovenkantvandetorenistochnietverstopt?
13

Een toren van drie stenen heeft bovenop een 6. Hoeveel ogen zijn er verstopt?

15

Antwoord: 15

Uitwerking

Onder de 6 zit een 1. De twee onderste stenen hebben elk 7 verstopt. Samen 1 + 7 + 7 = 15.

Veelgemaakte fouten

  • 21: de fout van Sam, telt de 6 bovenop als verstopt.
  • 20: rekent 21 − 1 in plaats van 21 − 6.
ExtrauitdagingHoeveelogenstaaneropeenheledobbelsteensamen?Kunjehetuitrekenenzonderalleogentetellen?

Twee dobbelstenen 45 min

ProfessorPidebaasvandeDenkclubVandaaggooienwemettweedobbelstenentegelijk.Wetellendeogenbijelkaarop.Datisdesom.
Samsnel,maarsomstesnelIkwedop12!Tweezessen,datisdemooisteworp.
Noorprecies,rekentallesnaIkwedop7.Maarikgaeerstuitzoekenofdatslimis.
14

Welke som komt volgens jou het vaakst?

A 2

B 7

C 12

D Alle sommen even vaak

ABCD

Geen vast antwoord

Toelichting

Een voorspelling, geen goed of fout.

15

Hoeveel verschillende sommen kun je gooien met twee dobbelstenen?

Tip: Wat is de kleinste som? En de grootste? Schrijf ze op een rijtje.

11

Antwoord: 11

Uitwerking

De sommen 2 tot en met 12. Dat zijn er 11.

Veelgemaakte fouten

  • 12: begint bij 1. Maar met twee stenen gooi je altijd minstens 2.
16

Gooi 36 keer met twee dobbelstenen. Turf elke som en tel de streepjes.

SomTurvenAantal23456789101112

Geen vast antwoord

Toelichting

Meestal komen de middelste sommen (6, 7, 8) het vaakst. Maar bij 36 worpen kan het ook anders uitvallen.

Beoordelingscriteria

  • Er is 36 keer gegooid
  • De aantallen kloppen met de turfstreepjes
ProfessorPidebaasvandeDenkclubNuzoekenweuitwaarom.Eénsteenheefteenstickertje.DatissteenA.DeandereissteenB.
Samsnel,maarsomstesnel3+4en4+3,datistochhetzelfde?Datismaaréénmanier.
Noorprecies,rekentallesnaLeghetmaarneer.EerstAop3enBop4.DanAop4enBop3.Ziejehetverschil?
17

Leg je dobbelstenen neer zoals Noor zegt. Wie heeft gelijk?

A Sam: het is één manier

B Noor: het zijn twee verschillende manieren

AB

Antwoord: B (Noor: het zijn twee verschillende manieren)

Toelichting

Met twee gelijke stenen is het lastig te zien. Met het stickertje wordt het duidelijk.

18

Steen A kan op 6 manieren vallen. Bij elke manier van A kan B ook op 6 manieren vallen. Hoeveel manieren zijn er samen?

Tip: Bij A = 1 zijn er 6 manieren. Bij A = 2 ook. En zo verder.

36

Antwoord: 36

Uitwerking

6 keer 6 manieren: 6 + 6 + 6 + 6 + 6 + 6 = 36.

19

Schrijf bij elke som alle manieren op. Schrijf eerst steen A, dan steen B. Bij som 3 schrijf je dus: 1+2 en 2+1.

Tip: Werk met een systeem. Begin steeds met A = 1, dan A = 2, en zo verder.

SomManieren(A+B)Aantal23456789101112

Uitwerking

  • 2: 1+1 (1)
  • 3: 1+2, 2+1 (2)
  • 4: 1+3, 2+2, 3+1 (3)
  • 5: 1+4, 2+3, 3+2, 4+1 (4)
  • 6: 1+5, 2+4, 3+3, 4+2, 5+1 (5)
  • 7: 1+6, 2+5, 3+4, 4+3, 5+2, 6+1 (6)
  • 8: 2+6, 3+5, 4+4, 5+3, 6+2 (5)
  • 9: 3+6, 4+5, 5+4, 6+3 (4)
  • 10: 4+6, 5+5, 6+4 (3)
  • 11: 5+6, 6+5 (2)
  • 12: 6+6 (1)
  • Samen 36

Toelichting

Mooi als de leerling het patroon ziet, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 5, 4, 3, 2, 1. Een trap omhoog en weer omlaag.

Beoordelingscriteria

  • Alle 36 manieren staan erin, zonder dubbele
  • Er zit een systeem in (A steeds één groter)
  • De aantallen zijn samen 36
20

Op hoeveel manieren kun je 7 gooien?

6

Antwoord: 6

Veelgemaakte fouten

  • 3: telt 3 + 4 en 4 + 3 als één manier, zoals Sam.
21

Op hoeveel manieren kun je 12 gooien?

1

Antwoord: 1

22

Sam wedt op 12 en Noor op 7. Wie heeft de meeste kans om te winnen?

A Sam

B Noor

C Ze hebben evenveel kans

ABC

Antwoord: B (Noor)

Uitwerking

Noor heeft 6 manieren, Sam maar 1. Noor heeft zes keer zoveel kans.

23

Wat is waarschijnlijker met twee dobbelstenen?

A Som 2

B Som 12

C Ze zijn even waarschijnlijk

ABC

Antwoord: C (Ze zijn even waarschijnlijk)

Uitwerking

Allebei maar 1 manier, 1+1 en 6+6.

24

Wat is waarschijnlijker met twee dobbelstenen?

A Twee dezelfde getallen (dubbel)

B Som 7

C Ze zijn even waarschijnlijk

ABC

Antwoord: C (Ze zijn even waarschijnlijk)

Uitwerking

Dubbel: 1+1, 2+2, 3+3, 4+4, 5+5, 6+6. Dat zijn 6 manieren. Som 7 heeft ook 6 manieren.

Veelgemaakte fouten

  • Kiest "som 7", omdat 7 de beste som is. Maar dubbel gooien heeft ook 6 manieren.
25

Kijk nog eens naar je turflijst. Past die bij je lijstje met manieren? Leg uit.

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • Vergelijkt de turflijst met het aantal manieren per som
  • Noemt dat het bij 36 worpen niet precies hoeft te kloppen (toeval)
ExtrauitdagingGooiweermettweestenen,maarrekennuhetverschiluit,hetgrotegetalminhetkleinegetal.Welkverschilkomthetvaakst?Maakeenlijstje.

Eerlijk of oneerlijk? 50 min

ProfessorPidebaasvandeDenkclubOphetfeestspelenwespelletjes.Maarzemoetenweleerlijkzijn.Eenspeliseerlijkalselkespelerevenveelkansheeftomtewinnen.
Spel1:DriespelersSamkrijgteenpunt.Noorkrijgteenpunt.Jijkrijgteenpunt.
26

Is spel 1 eerlijk?

A Ja, elke speler heeft 2 van de 6 getallen

B Nee, wie 5 en 6 heeft, wint vaker

C Nee, Sam staat bovenaan, dus Sam wint vaker

ABC

Antwoord: A (Ja, elke speler heeft 2 van de 6 getallen)

Spel2:HetspelvanSamNoorkrijgt1punt.Samkrijgt1punt.Samkrijgt2punten!
Samsnel,maarsomstesnelNoorheeftdriegetallenenikheberookdrie.Dusmijnspeliseerlijk!
27

Stel dat je 6 keer gooit en elk getal één keer komt. Hoeveel punten heeft Sam dan?

4

Antwoord: 4

Uitwerking

Sam: 1 + 1 + 2 = 4 punten. Noor: 1 + 1 + 1 = 3 punten.

28

Is het spel van Sam eerlijk?

A Nee, Sam krijgt meestal meer punten, door de 6

B Ja, ze hebben allebei drie getallen

C Nee, Noor krijgt meestal meer punten

ABC

Antwoord: A (Nee, Sam krijgt meestal meer punten, door de 6)

Spel3:EvenofonevenGooimettweedobbelstenenentelop.•Isdesomeven?DankrijgtspelerAeenpunt.•Isdesomoneven?DankrijgtspelerBeenpunt.
Samsnel,maarsomstesnelEvensommenzijn2,4,6,8,10en12.Datzijnerzes.Onevenzijn3,5,7,9en11.Maarvijf!DusAheeftmeerkans.
Noorprecies,rekentallesnaKijkeensnaarjelijstjemetde36manieren.Heeftelkesomevenveelmanieren?
29

Hoeveel van de 36 manieren geven een even som?

Tip: Tel in je lijstje met de 36 manieren de aantallen van 2, 4, 6, 8, 10 en 12 op.

18

Antwoord: 18

Uitwerking

1 + 3 + 5 + 5 + 3 + 1 = 18. Oneven: 2 + 4 + 6 + 4 + 2 = 18.

30

Is spel 3 eerlijk?

A Ja, A heeft 18 manieren en B ook 18

B Nee, A heeft meer kans, want er zijn meer even sommen

C Nee, B heeft meer kans

ABC

Antwoord: A (Ja, A heeft 18 manieren en B ook 18)

Veelgemaakte fouten

  • Kiest B: telt sommen in plaats van manieren, net als Sam.
Spel4:AchtofmeerGooimettweedobbelstenenentelop.•Isdesom8ofmeer?DankrijgtspelerAeenpunt.•Isdesomminderdan8?DankrijgtspelerBeenpunt.
31

Hoeveel van de 36 manieren geven een som van 8 of meer?

15

Antwoord: 15

Uitwerking

8, 9, 10, 11 en 12: 5 + 4 + 3 + 2 + 1 = 15 manieren. Minder dan 8: 36 − 15 = 21 manieren.

32

Wie heeft bij spel 4 de meeste kans?

A Speler A

B Speler B

C Ze hebben evenveel kans

ABC

Antwoord: B (Speler B)

Uitwerking

B heeft 21 manieren, A maar 15.

33

Hoe maak je spel 4 eerlijk?

Tip: Tel bij elke regel de manieren van A en van B.

A A krijgt een punt bij 7 of meer. B krijgt een punt bij minder dan 7.

B A krijgt een punt bij 9 of meer. B krijgt een punt bij 8 of minder.

C A krijgt een punt bij 8 of meer. B krijgt een punt bij 6 of minder. Bij 7 gooi je opnieuw.

ABC

Antwoord: C (A krijgt een punt bij 8 of meer. B krijgt een punt bij 6 of minder. Bij 7 gooi je opnieuw.)

Uitwerking

  • Regel A: 21 manieren tegen 15. Nu heeft A juist meer kans.
  • Regel B: 10 manieren tegen 26. Nog oneerlijker.
  • Regel C: 15 manieren tegen 15. Eerlijk!

De klas speelde spel 3 en spel 4. Elk spel 50 keer. Zo vaak won elke speler.

Wiewoner?SpelerASpelerBaantalkeergewonnen01020304027192331Spel3Spel4
Samsnel,maarsomstesnelZiejewel!Bijspel3wonAvakerdanB.Dusspel3istochoneerlijk.
34

Wat vind jij van wat Sam zegt?

A Een klein verschil kan toeval zijn. Spel 3 blijft eerlijk.

B Sam heeft gelijk. A won vaker, dus het spel is oneerlijk.

C B won minder, dus B speelde slecht.

ABC

Antwoord: A (Een klein verschil kan toeval zijn. Spel 3 blijft eerlijk.)

Doorvragen

  • Hoe groot moet een verschil zijn voordat je denkt dat een spel oneerlijk is?
  • Wat zou er gebeuren als de klas spel 3 wel 1000 keer speelt?
35

Hoeveel keer won B vaker dan A bij spel 4?

12

Antwoord: 12

Uitwerking

31 − 19 = 12. Dat verschil is groot, en past bij 21 tegen 15 manieren.

ProfessorPidebaasvandeDenkclubNubenjijdespelmaker.Bedenkeeneerlijkdobbelspelvoorhetfeestvandeklas!
Zomaakjeeeneerlijkspel•Kies:ééndobbelsteenoftwee.•Bedenkwanneerelkespelereenpuntkrijgt.•Teldemanierenvoorelkespeler.Zijnzegelijk?Danisjespeleerlijk.•Geefjespeleennaam.
36

Schrijf de naam en de regels van je spel op.

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • De regels zijn duidelijk; bij elke worp is te zien wie een punt krijgt
  • Het spel is eerlijk
  • Het spel is anders dan de spellen in het boekje
37

Leg uit waarom je spel eerlijk is.

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • Telt de getallen of manieren voor elke speler
  • Laat zien dat ze gelijk zijn
38

Speel je spel 20 keer met een klasgenoot. Turf wie er een punt krijgt.

SpelerTurvenAantalIkKlasgenoot

Geen vast antwoord

Toelichting

Bespreek de uitslag. Een eerlijk spel kan best 12 tegen 8 eindigen.

Beoordelingscriteria

  • Er is 20 keer gespeeld en het is goed bijgehouden
ExtrauitdagingBedenkeeneerlijkspelvoordriespelersmettweedobbelstenen.Elkespelerkrijgteenpaarsommen.