tempono

Opslaan met een account

Met een gratis account sla je deze bundel op in je eigen materiaal: afdrukken, aanpassen en de antwoorden van je leerlingen nakijken.

Het geheim van de sloot

Groep 4 · taal, natuur · Leven in en om de sloot · 180 min

1. Wie ben ik? 45 min

Ik vond het in het gras bij de sloot: een oud schrift met een elastiek erom. De kaft was een beetje nat. Op de voorkant stond: Slootschrift van Opa Snoek.

Ik heb het gelezen, maar ik kon niet alles oplossen. Daarom geef ik het aan jou.

Hierlaghetschrift,tussenhetriet.
Uit het slootschriftBestevinder,Alzeventigjaarkijkiknaardeslootachtermijnhuis.Alleswatikzie,schrijfikinditschrift.Maarnietzomaar!Ikverstophetinraadsels,codesenpuzzels.Leesgoed,enkijkgoed.Beginmaarmetmijnraadsels.Elkraadselgaatovereendieruitdesloot.OpaSnoek
1

Ik heb een lange snavel. Ik sta op één poot in het water. Ik eet kikkers en vissen. Wie ben ik?

reiger

Antwoord: reiger

2

Ik heb vier vleugels die glimmen in de zon. Ik vlieg heel snel heen en weer boven het water. Wie ben ik?

libel

Antwoord: libel / libelle / waterjuffer

Toelichting

Ook "waterjuffer" is goed. Het is een familielid van de libel, en het past bij alle aanwijzingen.

Zowerkteengoedraadsel•Deeersteaanwijzingpastbijveeldieren.•Elkeaanwijzingmaakthetkleiner.•Delaatsteaanwijzingpastmaarbijééndier.
3

Opa schreef een raadsel over de eend, maar de zinnen staan door elkaar. Zet ze op volgorde, van vaag naar precies.

A Ik kan zwemmen en vliegen.

B Ik heb twee poten.

C Ik zeg: kwak!

D Ik heb zwemvliezen aan mijn poten.

1234BADC

Antwoord: B › A › D › C (ook goed: A › B › D › C; B › D › A › C)

1234BADC

Toelichting

De eerste zin past bij heel veel dieren, de laatste maar bij één. Zin 1 en 2, en zin 2 en 3, mogen ook omgedraaid.

Doorvragen

  • Bij welke zin weet je het zeker? Waarom?
  • Waarom is "Ik zeg kwak" een slechte eerste zin?
Mijn slootdierenEenraadselkunjeookoplossenmetmijntabel.Kijkwelkdierbijalleaanwijzingenpast.
DierPotenKanvliegenKanzwemmeneend2jajareiger2janeekikker4neejawatersalamander4neejalibel6janeeschrijvertje(eenkever)6jajawaterspin8neejastekelbaars(eenvis)0neeja
4

Ik kan vliegen én zwemmen. Ik heb zes poten. Wie ben ik?

schrijvertje

Antwoord: schrijvertje

Uitwerking

Vliegen en zwemmen kunnen de eend en het schrijvertje. Zes poten heeft alleen het schrijvertje.

5

Ik kan niet vliegen. Ik heb meer poten dan een kikker. Wie ben ik?

waterspin

Antwoord: waterspin

Uitwerking

Meer dan 4 poten hebben de libel, het schrijvertje en de waterspin. Daarvan kan alleen de waterspin niet vliegen.

Veelgemaakte fouten

  • Kiest het schrijvertje, omdat het "veel poten" heeft en kan zwemmen. Wijs op de eerste aanwijzing.
6

Ik heb vier poten. Ik kan zwemmen, maar niet vliegen. Wie ben ik?

A De kikker

B De watersalamander

C Dat kun je nog niet zeker weten

ABC

Antwoord: C (Dat kun je nog niet zeker weten)

Toelichting

Beide dieren passen bij alle drie de aanwijzingen. Dit is de kern van het deel. Een raadsel met twee antwoorden is nog niet af.

Veelgemaakte fouten

  • Kiest de kikker, omdat die bekender is. Vraag of de watersalamander ook past.
7

Schrijf één aanwijzing erbij, zodat het raadsel maar één antwoord heeft. Het antwoord moet de kikker worden.

Geen vast antwoord

Toelichting

Bijvoorbeeld: "Ik heb geen staart", "Ik kwaak" of "Ik kan ver springen". "Ik ben groen" werkt niet: er zijn ook groene salamanders, en niet elke kikker is groen.

Doorvragen

  • Hoe weet je zeker dat jouw aanwijzing niet bij de salamander past?

Beoordelingscriteria

  • De aanwijzing past bij de kikker
  • De aanwijzing past niet bij de watersalamander
Woorden met twee betekenissenSommigewoordenbetekenentweedingen.Daarmaakikgraagraadselsmee.Elkraadselhieronderheeftéénwoordalsantwoord,mettweebetekenissen.OpaSnoek
8

Ik lijk op een kikker, maar mijn huid is bobbelig. Je kunt ook over mij naar de sloot lopen. Wie ben ik?

pad

Antwoord: pad

Toelichting

Een pad (het dier) en een pad (een smalle weg).

9

Ik ben een platte vis. Maar ik zit ook in jouw arm. Wat ben ik?

bot

Antwoord: bot

Toelichting

Een bot is een platte vis, en een bot zit in je lichaam.

10

Ik zoem van bloem naar bloem. Maar ik pas ook in deze zin: Opa woont ... de sloot. Wat ben ik?

bij

Antwoord: bij

Toelichting

De bij (het insect) en bij (vlak naast). Het tweede woord is geen ding maar een klein woordje. Dat is extra lastig.

Doorvragen

  • Ken je nog meer woorden met twee betekenissen? (bank, blad, slot, kraan)
11

Schrijf zelf een raadsel over een dier uit de sloot. Begin vaag en eindig precies. Schrijf het antwoord er niet bij! Laat een klasgenoot raden.

Geen vast antwoord

Toelichting

Laat de klasgenoot het raadsel echt raden. Raadt die een ander dier dat ook past? Dan mist er een aanwijzing, en dat is een mooi leermoment.

Beoordelingscriteria

  • Alle aanwijzingen kloppen met het dier
  • Minstens drie aanwijzingen, van vaag naar precies
  • Het raadsel heeft maar één antwoord
ExtrauitdagingHetwoordbankbetekentweldriedingen.Welke?Schrijfeenraadselmetdrieaanwijzingen,voorelkebetekeniséén.

2. Opa's geheimschrift 45 min

Uit het slootschriftSommigedingenindeslootzijngeheim.Dieschrijfikincode.Mijneerstecodeisdecijfercode:elkeletteriseengetal.OpaSnoek
A1B2C3D4E5F6G7H8I9J10K11L12M13N14O15P16Q17R18S19T20U21V22W23X24Y25Z26Decijfercode
12

Welk dier staat hier? 5 5 14 4

eend

Antwoord: eend

Uitwerking

E = 5, E = 5, N = 14, D = 4.

Eenbriefjeincijfercode111513·2910·8520·189520
13

Ontcijfer het briefje op kladpapier. Waar moet je naartoe? Schrijf het laatste woord op.

riet

Antwoord: riet

Uitwerking

KOM BIJ HET RIET. BIJ is 2 9 10: de IJ is in de code twee letters.

14

In het briefje staat BIJ als 2 9 10. Hoe schrijf je IJS in de cijfercode?

A 9 10 19

B 25 19

C 10 19

ABC

Antwoord: A (9 10 19)

Veelgemaakte fouten

  • 25 19: schrijft de IJ als een Y (25). In een Nederlands woord is de IJ een I en een J.
  • 10 19: hoort maar één klank en schrijft daarom maar één letter.

Doorvragen

  • Hoeveel letters heeft het woord IJS? Hoeveel klanken hoor je?
De schuifcodeBijhetrietstaatmaaréénwoord,ineenanderecode:TMPPUIkschreefhetindeschuifcode:ikschoofelkeletteréénplekverderinhetalfabet.VanAmaakteikB,vanBmaakteikC.OpaSnoek

Ik probeerde het. Ik schoof elke letter één verder en kreeg UNQQV. Hè? Dat is geen woord!

15

Wat deed ik verkeerd?

A Ik schoof een letter verder, maar ik moest een letter terug.

B Ik las het woord achterstevoren.

C Ik gebruikte de cijfercode.

ABC

Antwoord: A (Ik schoof een letter verder, maar ik moest een letter terug.)

Toelichting

Opa schoof één verder om te coderen. Om te ontcijferen doe je het omgekeerde, één terug.

16

Welk woord schreef Opa?

sloot

Antwoord: sloot

Uitwerking

T wordt S, M wordt L, P wordt O, P wordt O, U wordt T.

17

Schrijf het woord VIS in de schuifcode. Schuif elke letter één verder.

wjt

Antwoord: wjt

Veelgemaakte fouten

  • UHR, omdat de leerling een letter terug schuift.
Mijn eigen hekjesschriftMijnliefstecodehebikzelfgemaakt.Elkeletterstaatineenhokjevaneenhekjeofeenkruis.Hettekenvaneenletterzijndelijntjesomzijnhokje.Staatereenstipbijdeletter?Danzetjeookeenstipinhetteken.•AwordtenEwordt•NwordtenSwordtOpaSnoek
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZzonderstipmetstipzonderstipmetstipDesleutelvanhethekjesschrift
18

Wat is het verschil tussen en ?

A heeft een stip, dus het is een letter uit het hekje met stippen

B is een grotere letter

C Er is geen verschil

ABC

Antwoord: A ( heeft een stip, dus het is een letter uit het hekje met stippen)

Opazageenvogelbijdesloot       
19

Welke vogel zag Opa?

Tip: Let op de twee eerste tekens. Samen zijn ze één klank.

ijsvogel

Antwoord: ijsvogel

Uitwerking

I, J, S, V, O, G, E, L. De ijsvogel is een kleine blauw-oranje vogel die naar visjes duikt.

Veelgemaakte fouten

  • Leest IASVOGEL: een A in plaats van de J. Het hoekje is hetzelfde, maar de J heeft een stip.
Hetlaatstegeheimopdezebladzijde             
20

Ontcijfer het geheim. Wat moet je zoeken?

kikkerdril

Antwoord: kikkerdril

Uitwerking

ZOEK DE KIKKERDRIL. Dit leidt naar het volgende deel.

21

Schrijf het woord SLOOT in hekjesschrift.

Geen vast antwoord

Toelichting

Goed is:     

Beoordelingscriteria

  • Vijf tekens, elk teken past bij zijn letter
  • De L en de O hebben een stip, de S en de T niet
22

Schrijf een geheim briefje voor een klasgenoot. Kies een van de drie codes. Kan je klasgenoot het ontcijferen?

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • Het briefje is goed gecodeerd (controleer een paar letters)
  • Er staat bij welke code het is
  • Een IJ is als twee letters gecodeerd
ExtrauitdagingVerzinjeeigengeheimschriftmettekens,netalsOpa.Tekeneensleutelvoorallelettersopdeachterkantvanjeantwoordblad.SchrijfereenbriefjemeevoorOpa.

3. Woorden bouwen 45 min

Ik ging naar de sloot en zocht de kikkerdril. Ik vond hem! En in het schrift vond ik de bladzijde met de titel Woordladders.

WoordladdersMeteenwoordladderklimjevanhetenewoordnaarhetandere.Deregel:jeverandertsteedséénletter,enelkestapmoeteenechtwoordzijn.VanPOOTnaarBOOTiséénstap.OpaSnoek
23

Van POOT naar BOOM in twee stappen: POOT, ..., BOOM. Welk woord staat in het midden?

boot

Antwoord: boot

Toelichting

POOM is geen woord, dus BOOT is de enige weg.

24

Van BEK naar BAD: BEK, ..., BAD. Welk woord staat in het midden?

bak

Antwoord: bak / bed

Toelichting

BAK en BED zijn allebei goed. Vraag of de leerling allebei de manieren vindt.

Ik dacht dat het sneller kon. Van BEK naar BAD in één stap!

25

Mag dat?

A Ja, want BAD is een echt woord.

B Nee, want er veranderen twee letters.

AB

Antwoord: B (Nee, want er veranderen twee letters.)

26

Zet deze woordladder op volgorde. Begin bij VIS.

A MES

B MOS

C VIS

D VOS

1234CDBA

Antwoord: C › D › B › A

1234CDBA

Uitwerking

VIS, VOS (i wordt o), MOS (v wordt m), MES (o wordt e). Er is maar één volgorde, want van VIS kun je alleen naar VOS.

27

Maak zelf een woordladder van minstens drie stappen. Schrijf elke stap op een eigen regel.

Geen vast antwoord

Toelichting

Korte woorden van drie of vier letters werken het best. Wie het makkelijk vindt, kiest een begin- en eindwoord en zoekt de weg ertussen.

Beoordelingscriteria

  • Elke stap verandert precies één letter
  • Elk woord is een echt woord
PlakwoordenKikkerendrilwordtkikkerdril.Tweewoordenplakkensamentotéénnieuwwoord.Hetlaatstestukzegtwathetis:kikkerdrilisdril(eitjes)vaneenkikker.OpaSnoek
EerstestukwaterkikkervisslootrietTweedestukleliedrilnetkantslak

Je mag elk eerste stuk combineren met elk tweede stuk.

28

Maak zoveel mogelijk echte woorden met een eerste stuk en een tweede stuk uit de tabel.

EerstestukTweedestukHetnieuwewoord

Geen vast antwoord

Toelichting

Bijvoorbeeld: waterlelie, waterslak, waterkant, kikkerdril, visnet, slootkant. Verzonnen woorden horen bij het fantasiedier.

Beoordelingscriteria

  • Minstens vijf echte woorden
  • Elk woord is goed gespeld, met de twee stukken aan elkaar
29

Welk van deze twee woorden is een vogel?

A rietvogel

B vogelriet

AB

Antwoord: A (rietvogel)

Toelichting

Het laatste stuk zegt wat het is. Een rietvogel is een vogel die in het riet leeft. Vogelriet zou riet zijn.

Doorvragen

  • Is een waterslak water of een slak?
30

Een kikkervis zou een vis zijn. Wat zou een viskikker zijn?

kikker

Antwoord: kikker / een kikker

Veelgemaakte fouten

  • Vis: kijkt naar het eerste stuk, zoals bij de kikkervis.
31

Plak twee slootdieren aan elkaar, bijvoorbeeld een snoek en een slak. Zo krijg je een snoekslak! Teken jouw nieuwe slootdier.

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • Het dier heeft iets van allebei de dieren
  • Het laatste stuk van de naam zie je het meest (een snoekslak is vooral een slak)
32

Hoe heet jouw dier? Wat kan het? Schrijf twee of drie zinnen voor in het slootschrift.

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • De naam is twee dieren aan elkaar geplakt
  • De zinnen passen bij beide dieren
ExtrauitdagingWiemaakthetlangsteplakwoord?waterlelieblad...kanhetnoglanger?Plakzoveelwoordenalsjekunt,maarhetmoetwelietsbetekenen.Watisheteigenlijk,alsjenaarhetlaatstestukkijkt?

4. De laatste bladzijde 45 min

Achterin het schrift zat een losse bladzijde. Er stonden allemaal dieren op, door elkaar. Daarboven stond Mijn slootregister.

Mijn slootregisterIksorteermijndierenoptweevragentegelijk:kanhetvliegen?enheefthetzespoten?Letgoedop.Erzitteneenpaarlastigetussen!OpaSnoek
33

Sorteer Opa's dieren. Schrijf elke letter op de goede plek in het schema.

Tip: Een libellenlarve is een jonge libel. Hij woont nog onder water en heeft nog geen vleugels.

AlibelBeendCwaterspinDmugElibellenlarveFkikkerGreigerHschrijvertjeIstekelbaars
KanvliegenHeeftzespotengeenvanbeideB GA D HEC F I

Antwoord: Kan vliegen en Heeft zes poten: A, D, H · alleen Kan vliegen: B, G · alleen Heeft zes poten: E · geen van beide: C, F, I

KanvliegenHeeftzespotengeenvanbeideB GA D HEC F I

Veelgemaakte fouten

  • Zet de waterspin bij zes poten: een spin heeft acht poten.
  • Zet de libellenlarve bij de libel: het is hetzelfde dier, maar nu kan hij nog niet vliegen.

Doorvragen

  • Welke dieren in het midden lijken op elkaar? (Het zijn allemaal insecten.)
34

Alle dieren met zes poten zijn insecten. Welk dier lijkt op een insect, maar is het niet?

A mug

B waterspin

C schrijvertje

D libellenlarve

ABCD

Antwoord: B (waterspin)

Toelichting

Spinnen hebben acht poten en zijn geen insecten. De libellenlarve is wel een insect, ook al kan hij nog niet vliegen.

Mijn laatste puzzelJehebtbijnaallesopgelost.Nunogmijngrootstegeheim.Hetstaatindegrijzevakjesvandezepuzzel.OpaSnoek
35

Los de kruiswoordpuzzel op. Schrijf de woorden in de vakjes op je antwoordblad, één letter per vakje.

Tip: Begin met het woord dat je het zekerst weet. Gebruik de letters die al in de vakjes staan.

Horizontaal1Ikdraagmijnhuisopmijnrugenikganooithard.3Eengrotevismetscherpetanden.Opaheetookzo.5Eengrotegrijzevogel.Ikstaopéénpoottewachten.6Ikhebzwemvliezenenikzeg:kwak!Verticaal2Alsikkleinben,hebikeenstaart.Alsikgrootben,springikenkwaakik.4Ikhebvierglimmendevleugels.Alslarvewoonikonderwater.5Hogesprietenlangsdekant.Hierlageenbriefjebij.
1233144652SLAKIKKERSNOELIBELREGEIETEND

Antwoord: Horizontaal: 1 SLAK, 3 SNOEK, 5 REIGER, 6 EEND · Verticaal: 2 KIKKER, 4 LIBEL, 5 RIET · (STIL)

1233144652SLAKIKKERSNOELIBELREGEIETEND

Toelichting

Elk goed woord is een punt. Woorden die kruisen helpen elkaar; wie vastloopt, kan beginnen met KIKKER of EEND.

36

Lees de grijze vakjes in de volgorde van de kleine nummers. Welk woord staat er?

stil

Antwoord: stil

Uitwerking

S (van SNOEK), T (van RIET), I (van KIKKER), L (van LIBEL): STIL.

Mijn grootste geheimHetgrootstegeheimvandeslootisgeencode.Wiestilisengoedkijkt,zietalles:dereigerdiewacht,dekikkerdril,hetschrijvertjedatrondjesdraait.Ditschriftisnuvanjou.Schrijferjeeigenbladzijdein!OpaSnoek
37

Maak zelf een kleine kruiswoordpuzzel van minstens drie woorden die elkaar kruisen. Teken de vakjes op het rooster. Zet een klein nummer in het eerste vakje van elk woord.

Geen vast antwoord

Toelichting

Laat de leerling eerst de woorden kiezen en zoeken welke letters ze delen. Een woordenlijst van de sloot helpt. Pas daarna tekenen.

Beoordelingscriteria

  • Minstens drie woorden die elkaar kruisen, met dezelfde letter op het kruispunt
  • Elk woord heeft een nummer in zijn eerste vakje
  • De puzzel is op te lossen
38

Schrijf bij elk nummer een aanwijzing. Laat een klasgenoot je puzzel oplossen!

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • Elke aanwijzing past bij precies één woord van de puzzel
  • De aanwijzingen zijn zo geschreven dat een klasgenoot het woord kan vinden (zoals Opa's raadsels)
ExtrauitdagingMaakeenkruiswoordpuzzelwaarindegrijzevakjeseengeheimwoordvormen.Kieseenwoorduitdesloot.