tempono

Opslaan met een account

Met een gratis account sla je deze bundel op in je eigen materiaal: afdrukken, aanpassen en de antwoorden van je leerlingen nakijken.

De Denkclub: de geheime marktkraam

Groep 4 · rekenen · Getallen en patronen · 135 min

Elk plaatje is een getal 45 min

ProfessorPidebaasvandeDenkclubWelkomopmijngeheimemarktkraam!Hierbetaaljenietmetgeld,maarmetgetallen.Elkstukfruitiseengetal.Hetzelfdefruitisaltijdhetzelfdegetal.Weetjijwatzewaardzijn?
1

Wat is een appel waard? En een banaan? Reken daarna de laatste som uit.

Tip: Kijk eerst naar de som met alleen appels.

som1+=10som2+=8==
StartZo krijgt de leerling de puzzel.
som1+=10som2+=8==5
Stap 1Som 1: appel + appel = 10. 2 keer appel = 10. Dus appel = 10 : 2 = 5.
som1+=10som2+=8==53
Stap 2Som 2: appel + banaan = 8. banaan = 8 − 5 = 3.

Antwoord: appel = 5; banaan = 3; vraag: 9

Antwoord · Stap voor stap

Antwoord: appel = 5; banaan = 3; vraag: 9

  1. Som 1: appel + appel = 10. 2 keer appel = 10. Dus appel = 10 : 2 = 5.
  2. Som 2: appel + banaan = 8. banaan = 8 − 5 = 3.
Tips achterin het boekje
  • Tip 1a Zoek een som met maar één soort plaatje.
  • Tip 1b Kijk naar som 1.
  • Tip 1c Som 1: appel + appel = 10. 2 keer appel = 10. Dus appel = 10 : 2 = 5.
2

Wat zijn de aardbei en de kersen waard? Reken daarna de laatste som uit.

som1++=12som2+=10==
StartZo krijgt de leerling de puzzel.
som1++=12som2+=10==4
Stap 1Som 1: aardbei + aardbei + aardbei = 12. 3 keer aardbei = 12. Dus aardbei = 12 : 3 = 4.
som1++=12som2+=10==46
Stap 2Som 2: aardbei + kersen = 10. kersen = 10 − 4 = 6.

Antwoord: aardbei = 4; kersen = 6; vraag: 16

Antwoord · Stap voor stap

Antwoord: aardbei = 4; kersen = 6; vraag: 16

  1. Som 1: aardbei + aardbei + aardbei = 12. 3 keer aardbei = 12. Dus aardbei = 12 : 3 = 4.
  2. Som 2: aardbei + kersen = 10. kersen = 10 − 4 = 6.

Veelgemaakte fouten

  • Aardbei = 12, omdat de leerling niet ziet dat er drie aardbeien staan.
Tips achterin het boekje
  • Tip 2a Zoek een som met maar één soort plaatje.
  • Tip 2b Kijk naar som 1.
  • Tip 2c Som 1: aardbei + aardbei + aardbei = 12. 3 keer aardbei = 12. Dus aardbei = 12 : 3 = 4.
Samsnel,maarsomstesnelMakkelijk!Eenappeleneenpeerzijnsamen8.Danisdeappel4endepeerook4.
Noorprecies,rekentallesnaWeetjedatwelzeker,Sam?Erstaatmaaréénsom...
3

Een appel en een peer zijn samen 8. Wat weet je dan zeker?

A De appel is 4 en de peer is 4

B De appel is groter dan de peer

C Samen zijn ze 8, maar elk kan nog van alles zijn

D Het kan niet

ABCD

Antwoord: C (Samen zijn ze 8, maar elk kan nog van alles zijn)

Uitwerking

Het kan 4 en 4 zijn, maar ook 5 en 3, 6 en 2, 1 en 7 enzovoort. Je hebt een tweede som nodig.

Doorvragen

  • Hoeveel mogelijkheden kun je bedenken? Welke tweede som zou Sam helpen?
4

Nu zijn er drie soorten fruit. Wat is elk stuk waard?

Tip: Begin bij de som met alleen citroenen. Welke som kun je daarna gebruiken?

som1++=13som2+=16som3+=14===
StartZo krijgt de leerling de puzzel.
som1++=13som2+=16som3+=14===7
Stap 1Som 3: citroen + citroen = 14. 2 keer citroen = 14. Dus citroen = 14 : 2 = 7.
som1++=13som2+=16som3+=14===79
Stap 2Som 2: citroen + peer = 16. peer = 16 − 7 = 9.
som1++=13som2+=16som3+=14===792
Stap 3Som 1: peer + druif + druif = 13. 2 keer druif = 13 − 9 = 4. Dus druif = 4 : 2 = 2.

Antwoord: citroen = 7; peer = 9; druif = 2

Antwoord · Stap voor stap

Antwoord: citroen = 7; peer = 9; druif = 2

  1. Som 3: citroen + citroen = 14. 2 keer citroen = 14. Dus citroen = 14 : 2 = 7.
  2. Som 2: citroen + peer = 16. peer = 16 − 7 = 9.
  3. Som 1: peer + druif + druif = 13. 2 keer druif = 13 − 9 = 4. Dus druif = 4 : 2 = 2.

Toelichting

De makkelijkste som staat met opzet onderaan. Wie bovenaan begint, loopt vast. Dat is goed om te bespreken.

Tips achterin het boekje
  • Tip 4a Zoek een som met maar één soort plaatje.
  • Tip 4b Kijk naar som 3.
  • Tip 4c Som 3: citroen + citroen = 14. 2 keer citroen = 14. Dus citroen = 14 : 2 = 7.
ExtrauitdagingEencitroen,eenpeereneendruifsamen.Hoeveelisdat?Kunjehetuitrekenenzonderdewaardevanelkstukfruitapartoptetellen?

Vergelijken en wegen 45 min

ProfessorPidebaasvandeDenkclubNuhebikhetmoeilijkergemaakt.Ingeenenkelesomstaatnogmaaréénsoortplaatje.Jemoetslimvergelijken.
5

Wat is een kat waard? En een vis?

Tip: Leg som 1 en som 2 naast elkaar. Wat heeft som 1 meer?

som1++=10som2+=8==
StartZo krijgt de leerling de puzzel.
som1++=10som2+=8==2
Stap 1Vergelijk som 1 met som 2: som 1 heeft vis meer, en is 10 − 8 = 2 meer. Dus vis = 2.
som1++=10som2+=8==62
Stap 2Som 2: kat + vis = 8. kat = 8 − 2 = 6.

Antwoord: kat = 6; vis = 2

Antwoord · Stap voor stap

Antwoord: kat = 6; vis = 2

  1. Vergelijk som 1 met som 2: som 1 heeft vis meer, en is 10 − 8 = 2 meer. Dus vis = 2.
  2. Som 2: kat + vis = 8. kat = 8 − 2 = 6.
Tips achterin het boekje
  • Tip 5a Geen som heeft nog maar één onbekend plaatje. Leg twee sommen naast elkaar: wat is er anders?
  • Tip 5b Vergelijk som 1 met som 2.
  • Tip 5c Vergelijk som 1 met som 2: som 1 heeft vis meer, en is 10 − 8 = 2 meer. Dus vis = 2.
6

Wat is een ster waard? En een hart?

som1+=8som2++=13==
StartZo krijgt de leerling de puzzel.
som1+=8som2++=13==5
Stap 1Vergelijk som 2 met som 1: som 2 heeft ster meer, en is 13 − 8 = 5 meer. Dus ster = 5.
som1+=8som2++=13==53
Stap 2Som 1: ster + hart = 8. hart = 8 − 5 = 3.

Antwoord: ster = 5; hart = 3

Antwoord · Stap voor stap

Antwoord: ster = 5; hart = 3

  1. Vergelijk som 2 met som 1: som 2 heeft ster meer, en is 13 − 8 = 5 meer. Dus ster = 5.
  2. Som 1: ster + hart = 8. hart = 8 − 5 = 3.
Tips achterin het boekje
  • Tip 6a Geen som heeft nog maar één onbekend plaatje. Leg twee sommen naast elkaar: wat is er anders?
  • Tip 6b Vergelijk som 2 met som 1.
  • Tip 6c Vergelijk som 2 met som 1: som 2 heeft ster meer, en is 13 − 8 = 5 meer. Dus ster = 5.
7

Drie dieren en drie sommen. Wat is elk dier waard?

Tip: Som 1 heeft alle drie de dieren. Vergelijk hem met som 2. Wat mist er in som 2?

som1++=15som2+=9som3+=11===
StartZo krijgt de leerling de puzzel.
som1++=15som2+=9som3+=11===6
Stap 1Vergelijk som 1 met som 2: som 1 heeft muis meer, en is 15 − 9 = 6 meer. Dus muis = 6.
som1++=15som2+=9som3+=11===46
Stap 2Vergelijk som 1 met som 3: som 1 heeft kat meer, en is 15 − 11 = 4 meer. Dus kat = 4.
som1++=15som2+=9som3+=11===546
Stap 3Som 2: hond + kat = 9. hond = 9 − 4 = 5.

Antwoord: hond = 5; kat = 4; muis = 6

Antwoord · Stap voor stap

Antwoord: hond = 5; kat = 4; muis = 6

  1. Vergelijk som 1 met som 2: som 1 heeft muis meer, en is 15 − 9 = 6 meer. Dus muis = 6.
  2. Vergelijk som 1 met som 3: som 1 heeft kat meer, en is 15 − 11 = 4 meer. Dus kat = 4.
  3. Som 2: hond + kat = 9. hond = 9 − 4 = 5.

Doorvragen

  • Kon je ook met som 2 en som 3 iets vinden? (Ja, dat een muis 2 meer is dan een kat.)
Tips achterin het boekje
  • Tip 7.1a Geen som heeft nog maar één onbekend plaatje. Leg twee sommen naast elkaar: wat is er anders?
  • Tip 7.1b Vergelijk som 1 met som 2.
  • Tip 7.1c Vergelijk som 1 met som 2: som 1 heeft muis meer, en is 15 − 9 = 6 meer. Dus muis = 6.
  • Tip 7.2a Geen som heeft nog maar één onbekend plaatje. Leg twee sommen naast elkaar: wat is er anders?
  • Tip 7.2b Vergelijk som 1 met som 3.
  • Tip 7.2c Vergelijk som 1 met som 3: som 1 heeft kat meer, en is 15 − 11 = 4 meer. Dus kat = 4.

Op een weegschaal liggen 2 blokken aan de ene kant en 3 knikkers aan de andere kant. De weegschaal is in evenwicht. Eén knikker weegt 4 gram.

8

Hoeveel weegt één blok?

Tip: Hoeveel wegen de 3 knikkers samen?

gram6

Antwoord: 6 gram

Uitwerking

3 knikkers wegen 3 × 4 = 12 gram. Dat is evenveel als 2 blokken, dus één blok weegt 12 : 2 = 6 gram.

Veelgemaakte fouten

  • 4 gram: de leerling denkt dat een blok even zwaar is als een knikker.
  • 12 gram: de leerling vergeet dat het twee blokken zijn.
Noorprecies,rekentallesnaIndedierentuinweegteenmama-kangoeroemet1kleintjeinhaarbuidel21kilo.Met2kleintjesweegtze25kilo.
9

Hoeveel weegt de mama-kangoeroe zonder kleintjes?

Tip: Wat is het verschil tussen 21 en 25 kilo? Waar komt dat door?

kilo17

Antwoord: 17 kilo

Uitwerking

Het tweede kleintje maakt het 25 − 21 = 4 kilo zwaarder. Eén kleintje weegt dus 4 kilo, en de mama 21 − 4 = 17 kilo.

Veelgemaakte fouten

  • 21 kilo: de leerling vergeet het kleintje af te trekken.
  • 4 kilo: de leerling geeft het gewicht van het kleintje.
Samsnel,maarsomstesnelBijdesnoepwinkelkosten5repenchocolasamen6euromeerdan3repen.Dankostéénreeptoch6euro?
10

Hoeveel kost één reep echt?

euro3

Antwoord: 3 euro

Uitwerking

5 repen zijn 2 repen meer dan 3 repen. Die 2 repen kosten samen 6 euro, dus één reep kost 3 euro.

ExtrauitdagingEenfleseneenkurkkostensamen11euro.Defleskost10euromeerdandekurk.Watkostdekurk?(Pasop:hetisniet1euro!)

Zelf een puzzel maken 45 min

ProfessorPidebaasvandeDenkclubMijnlaatstekraamiseenviskraam.Indezesommenstaanookgewonegetallen.Diemagjegewoonmeetellen.
11

Wat is elk zeedier waard? Reken daarna de laatste som uit.

som1++3=20som2+++4=19som3++=19===
StartZo krijgt de leerling de puzzel.
som1++3=20som2+++4=19som3++=19===5
Stap 1Som 2: vis + vis + vis + 4 = 19. 3 keer vis = 19 − 4 = 15. Dus vis = 15 : 3 = 5.
som1++3=20som2+++4=19som3++=19===57
Stap 2Som 3: vis + krab + krab = 19. 2 keer krab = 19 − 5 = 14. Dus krab = 14 : 2 = 7.
som1++3=20som2+++4=19som3++=19===5710
Stap 3Som 1: krab + octopus + 3 = 20. octopus = 20 − 7 − 3 = 10.

Antwoord: vis = 5; krab = 7; octopus = 10; vraag: 22

Antwoord · Stap voor stap

Antwoord: vis = 5; krab = 7; octopus = 10; vraag: 22

  1. Som 2: vis + vis + vis + 4 = 19. 3 keer vis = 19 − 4 = 15. Dus vis = 15 : 3 = 5.
  2. Som 3: vis + krab + krab = 19. 2 keer krab = 19 − 5 = 14. Dus krab = 14 : 2 = 7.
  3. Som 1: krab + octopus + 3 = 20. octopus = 20 − 7 − 3 = 10.

Veelgemaakte fouten

  • Vis = 19 : 3, omdat de leerling de 4 vergeet af te trekken. Dat komt niet mooi uit: een goed teken dat er iets mis is.
Tips achterin het boekje
  • Tip 11a Zoek een som met maar één soort plaatje.
  • Tip 11b Kijk naar som 2.
  • Tip 11c Som 2: vis + vis + vis + 4 = 19. 3 keer vis = 19 − 4 = 15. Dus vis = 15 : 3 = 5.

Op de markt is een appel 3 waard en een banaan 2.

12

Het antwoord is 12. Bedenk zoveel mogelijk verschillende fruitsommen met appels en bananen die samen 12 zijn.

13DENKSLEUTEL13DevragensleutelJekrijgthetantwoord.Bedenkzoveelmogelijkvragendieerbijpassen.Hetantwoordis…12
123456appel+appel+appel+appelbanaan+banaan+banaan+banaan+banaan+banaanappel+appel+banaan+banaan+banaan

Antwoord: Eigen ideeën, beoordeeld door de leraar. Bijvoorbeeld: appel + appel + appel + appel; banaan + banaan + banaan + banaan + banaan + banaan; appel + appel + banaan + banaan + banaan.

Toelichting

Er zijn precies drie manieren met alleen appels en bananen (4 appels; 2 appels en 3 bananen; 6 bananen). Verschillende volgordes van dezelfde vruchten tellen niet als nieuw. Wie dat ontdekt, verdient een compliment; wie andere fruitsoorten verzint, ook.

Beoordelingscriteria

  • Alle sommen maken echt 12
  • De leerling vindt de drie verschillende manieren
  • De leerling ziet dat een andere volgorde geen nieuwe manier is
Samsnel,maarsomstesnelIkmaakeenpuzzelmetéénsom.Hondplushondpluskatis14.Klaar!
Noorprecies,rekentallesnaMaarSam,dankandehond5zijnendekat4.Ofdehond6endekat2.Jepuzzelheeftmeerdanéénantwoord!
13

Maak zelf een plaatjespuzzel voor een klasgenoot, met twee of drie soorten plaatjes. Kies eerst wat elk plaatje waard is. Teken dan de sommen. Zorg dat er maar één antwoord is!

Tip: Begin met de waarden, en maak dan de sommen. Dan kloppen ze altijd.

Geen vast antwoord

Toelichting

Laat de leerling de waarden op de achterkant van het antwoordblad schrijven, en laat een klasgenoot de puzzel oplossen.

Beoordelingscriteria

  • De sommen kloppen met de gekozen waarden
  • Er is maar één antwoord (genoeg sommen, en ze zeggen niet allemaal hetzelfde)
  • Er zit een vergelijk-stap of een stap met een gewoon getal in
ExtrauitdagingMaakeenpuzzelmetviersoortenplaatjes,waarbijelkesomdrieplaatjesheeft.Hoeveelsommenhebjeminstensnodig?