tempono

Opslaan met een account

Met een gratis account sla je deze bundel op in je eigen materiaal: afdrukken, aanpassen en de antwoorden van je leerlingen nakijken.

Aanvullen of weghalen?

Groep 4 · rekenen · Op de markt · 180 min

Twee kramen, twee manieren 45 min

Keesvandekaaskraam,haaltaltijdwegIkhad62kazenenikheber58verkocht.Hoeveelhebikernog?Ikhaal58weg:62−50=12,en12−8=4.
Jadavandefruitkraam,vultaltijdaanDatkanveelsneller,Kees.Ikvulaan:van58naar60is2,van60naar62is2.Samen4!
1

Reken 62 − 58 uit zoals Kees en zoals Jada. Schrijf je stappen op.

Weghalen=Aanvullen=Hethandigstvondik:WeghalenAanvullen62−50=1212−8=4458+2=6060+2=622+2=44

Antwoord: 4 (2 manieren)

Weghalen=Aanvullen=Hethandigstvondik:WeghalenAanvullen62−50=1212−8=4458+2=6060+2=622+2=44

Toelichting

Bij deze som is aanvullen het handigst. Kiest de leerling toch weghalen, vraag dan hoeveel stappen elke manier kostte.

Keesvandekaaskraam,haaltaltijdwegWachtmaar.Eenklanthad62euroengafer3uit.Bijmijisdatinééntelklaar.
2

Reken 62 − 3 uit zoals Kees en zoals Jada.

Weghalen=Aanvullen=Hethandigstvondik:WeghalenAanvullen62−2=6060−1=59593+7=1010+52=627+52=5959

Antwoord: 59 (2 manieren)

Weghalen=Aanvullen=Hethandigstvondik:WeghalenAanvullen62−2=6060−1=59593+7=1010+52=627+52=5959

Toelichting

Aanvullen van 3 naar 62 kan wel, maar is een lange weg. Juist dat moet de leerling hier zelf merken.

Veelgemaakte fouten

  • 61: de leerling haalt bij aanvullen alleen de laatste sprong eraf, of telt bij weghalen een stap te weinig.
3

Wie heeft gelijk bij 62 − 3?

A Kees, weghalen is hier handiger

B Jada, aanvullen is hier handiger

C Ze zijn allebei even snel

ABC

Antwoord: A (Kees, weghalen is hier handiger)

Er komen klanten met nog meer minsommen. Kies bij elke som de manier die jij het handigst vindt.

4

Reken uit. Schrijf erbij of je weghaalde (W) of aanvulde (A).

SomAntwoordWofA?81−7975−453−4890−1244−3766−31

Uitwerking

  • 81 − 79 = 2: aanvullen (79, 80, 81)
  • 75 − 4 = 71: weghalen
  • 53 − 48 = 5: aanvullen (48 + 2 = 50, + 3 = 53)
  • 90 − 12 = 78: weghalen (90 − 10 − 2)
  • 44 − 37 = 7: aanvullen (37 + 3 = 40, + 4 = 44)
  • 66 − 31 = 35: weghalen, of aanvullen; allebei handig

Doorvragen

  • Bij welke sommen koos je aanvullen? Wat hebben die sommen gemeen?
5

Maak de zin af. Aanvullen is handig als …

A de twee getallen dicht bij elkaar liggen

B het tweede getal heel klein is

C het eerste getal een tiental is

ABC

Antwoord: A (de twee getallen dicht bij elkaar liggen)

Toelichting

B is juist het geval waarin weghalen handig is. Laat de leerling bij elk antwoord een som uit de tabel noemen.

ExtrauitdagingBedenkeenminsomtot100waarbijKeesenJadapreciesevensnelzijn.Schrijfdesomenbeidemanierenopjekladpapier.

Springen op de getallenlijn 45 min

Op het krijtbord van de markt tekent Kees zijn sprongen voor 53 − 27. Hij springt terug.

−20−7?3353DesprongenvanKees
6

Bij welk getal komt Kees uit?

26

Antwoord: 26

Jada tekent dezelfde som. Zij begint bij 27 en springt vooruit naar 53.

+3+20+327305053DesprongenvanJada
7

Hoeveel is Jada in totaal gesprongen?

26

Antwoord: 26

Veelgemaakte fouten

  • 53: de leerling noemt het getal waar Jada uitkomt, niet hoe ver ze sprong.
  • 23: de leerling telt de twee kleine sprongen niet allebei mee.
8

Reken 91 − 46 uit zoals Kees en zoals Jada. Je mag een getallenlijn tekenen in het vak.

Weghalen=Aanvullen=Hethandigstvondik:WeghalenAanvullen91−40=5151−6=454546+4=5050+41=914+41=4545

Antwoord: 45 (2 manieren)

Weghalen=Aanvullen=Hethandigstvondik:WeghalenAanvullen91−40=5151−6=454546+4=5050+41=914+41=4545

Toelichting

Hier zijn beide manieren ongeveer even lang. Elke keuze is goed, als de leerling kan zeggen waarom.

9

Welke sprongen zijn het handigst bij 83 − 79?

A Terug: − 70 en dan − 9

B Vooruit van 79: + 1 en dan + 3

C Terug: − 3, − 70 en dan − 6

ABC

Antwoord: B (Vooruit van 79: + 1 en dan + 3)

Toelichting

A en C geven ook 4, maar met grote sprongen terug. Bij twee getallen zo dicht bij elkaar is vooruit springen het kortst.

10

Reken 74 − 68 uit op de manier die jij het handigst vindt. Teken je sprongen in het vak.

Mijnsprongen=68+2=7070+4=742+4=66

Antwoord: 6

Mijnsprongen=68+2=7070+4=742+4=66

Beoordelingscriteria

  • De sprongen staan op een getallenlijn, met hoe groot elke sprong is
  • De leerling kiest een korte route (bijvoorbeeld via 70)
ExtrauitdagingJadazegt:metaanvullenkanikélkeminsom.Keeszegt:maarnietaltijdsnel!Zoekeenminsomtot100waarbijaanvullenheelveelsprongenkost.Hoeveelsprongenhebjijnodigmetweghalen?

De 9-truc van de rommelmarkt 45 min

WimvanderommelmarktOpmijnrommelmarktkostalles9of19euro.Ikheb63euroenkoopeenlampvan9.Ikrekenzo:eerst10eraf,wantdatismakkelijk.Maardanhebik1teveelbetaald,dusdiekrijgikterug.
−10+153?63DetrucvanWim
11

Hoeveel euro heeft Wim nog over?

euro54

Antwoord: 54 euro

Keesvandekaaskraam,haaltaltijdwegDietruckanikook!63−10=53,endannog1eraf:52.
12

Wat gaat er mis bij Kees?

A Kees haalde 1 te veel weg. Hij moet er 1 bij doen, niet eraf.

B Kees moet nog 10 eraf halen.

C Het klopt, 52 is goed.

ABC

Antwoord: A (Kees haalde 1 te veel weg. Hij moet er 1 bij doen, niet eraf.)

Doorvragen

  • Hoeveel heeft Kees in totaal weggehaald? (10 + 1 = 11, en dat is niet 9.)
13

Een klok kost 19 euro. Wim heeft 82 euro. Reken 82 − 19 uit op twee manieren.

Metde9-truc=euroInstappen=euroHethandigstvondik:Metde9-trucInstappen82−20=6262+1=636382−10=7272−9=6363

Antwoord: 63 euro (2 manieren)

Metde9-truc=euroInstappen=euroHethandigstvondik:Metde9-trucInstappen82−20=6262+1=636382−10=7272−9=6363
14

Reken uit met de 9-truc: 45 − 9

36

Antwoord: 36

15

Reken uit met de 9-truc: 71 − 29

Tip: Welk tiental ligt vlak bij 29?

42

Antwoord: 42

Uitwerking

71 − 30 = 41, en 1 terug: 42.

Veelgemaakte fouten

  • 40: de leerling doet − 30 en dan nog − 1.
16

Werkt de truc ook bij een plussom? Reken slim uit: 37 + 19

Tip: Tel er eerst 20 bij. Heb je dan te veel of te weinig?

56

Antwoord: 56

Uitwerking

37 + 20 = 57. Dat is 1 te veel, dus 57 − 1 = 56.

Toelichting

Bij plus gaat de correctie de andere kant op. Een mooie vraag om door te praten.

17

Leg aan Kees uit waarom je bij − 9 eerst 10 eraf haalt en er dan 1 bij doet. Je mag een tekening maken.

Geen vast antwoord

Toelichting

Een uitleg als je hebt er 1 te veel afgehaald, dus die moet er weer bij is helemaal goed. Een tekening met geld of een getallenlijn ook.

Beoordelingscriteria

  • Zegt dat − 10 één meer weghaalt dan − 9
  • Zegt dat je die ene daarom terug moet doen (+ 1)
ExtrauitdagingWimheeftookspullenvan18euro.Hoerekenje74−18metzijntruc?Schrijfjestappenopjekladpapier.

Jouw marktregel 45 min

Jadavandefruitkraam,vultaltijdaanHetisdrukaanheteindvandedag.Iedereenbetaaltmeteenbriefje,enwijmoetensnelwisselgeldteruggeven.
18

Een klant koopt een kaas van 47 euro en betaalt met een briefje van 50 euro. Hoeveel wisselgeld krijgt de klant?

euro3

Antwoord: 3 euro

19

Een fruitmand kost 36 euro. De klant betaalt met 100 euro. Reken het wisselgeld uit op twee manieren.

Weghalen=euroAanvullen=euroHethandigstvondik:WeghalenAanvullen100−30=7070−6=646436+4=4040+60=1004+60=6464

Antwoord: 64 euro (2 manieren)

Weghalen=euroAanvullen=euroHethandigstvondik:WeghalenAanvullen100−30=7070−6=646436+4=4040+60=1004+60=6464

Toelichting

Op een echte markt vullen verkopers bijna altijd aan, met munten en briefjes in de hand. Vraag de leerling waarom dat zo handig is bij geld.

20

Kees had 85 kazen. Hij verkocht er 9. Hoeveel heeft hij er nog?

76

Antwoord: 76

21

Schrijf jouw marktregel. Wanneer haal je weg? Wanneer vul je aan? Wanneer gebruik je de 9-truc? Geef bij elke manier een voorbeeld.

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • Weghalen: als het tweede getal klein is (of makkelijk, zoals een tiental), met een passend voorbeeld
  • Aanvullen: als de getallen dicht bij elkaar liggen, met een passend voorbeeld
  • 9-truc: als het tweede getal net onder een tiental ligt (9, 19, 29 …), met een passend voorbeeld
22

Test je regel. Kies bij elke som een manier en reken uit.

SomManierAntwoord94−8994−994−2994−41

Uitwerking

  • 94 − 89 = 5: aanvullen (89 + 1 = 90, + 4 = 94)
  • 94 − 9 = 85: 9-truc (94 − 10 + 1)
  • 94 − 29 = 65: 9-truc (94 − 30 + 1)
  • 94 − 41 = 53: weghalen (94 − 40 − 1)

Doorvragen

  • Klopt je regel bij elke som? Moet je hem ergens aanpassen?
23

Maak drie sommen tot 100 voor een klasgenoot: één waarbij weghalen het handigst is, één voor aanvullen en één voor de 9-truc.

HandigstmetMijnsomAntwoordWeghalenAanvullen9-truc

Geen vast antwoord

Toelichting

Laat een klasgenoot de sommen maken en daarna zeggen welke manier hij koos. Kwam die overeen met de bedoeling van de maker?

Beoordelingscriteria

  • Elke som past bij de manier die erbij staat
  • De antwoorden kloppen
ExtrauitdagingKeesenJadawordenheteensenopenensamenéénkraam.Bedenkeenbordvoorhunkraammetjulliemarktregelerop,inmaardriekortezinnen.