Hoeveel cellen kost de route rijgen bij 38 + 25?
Antwoord: 3
Drie routes voor dezelfde vlucht, 38 + 25.
Hoeveel cellen kost de route rijgen bij 38 + 25?
Antwoord: 3
Hoeveel cellen kost de route splitsen?
Tip: Welke stap gaat over een tiental?
Antwoord: 4
30 + 20 = 50 (1), 8 + 5 = 13 gaat over de 10 (2), 50 + 13 = 63 (1): samen 4.
Bij de ronde-getal-route reken je 40 + 25. Waarom haal je er aan het eind 2 af?
A Omdat je met 40 rekende in plaats van 38: 2 te veel
B Omdat 25 een oneven getal is
C Dat is een vaste regel: altijd 2 eraf
Antwoord: A (Omdat je met 40 rekende in plaats van 38: 2 te veel)
Vlieg 47 + 38 over alle drie de routes. Schrijf de stappen op.
Antwoord: 85 (3 manieren)
Rijgen kost 3 cellen (77 + 8 gaat over de 80), splitsen 4 (7 + 8 gaat over de 10), rond getal 2.
Ook een goede ronde-getal-route: 47 + 3 = 50, 50 + 35 = 85 (2 cellen). Laat de leerling zelf de cellen tellen.
Welke route kost het minst voor 45 + 32?
A Rijgen
B Splitsen
C Rond getal
Antwoord: A (Rijgen)
Rijgen: 45 + 30 = 75, 75 + 2 = 77: 2 cellen. Splitsen kost 3. Er is geen getal dat bijna rond is.
Welke route kost het minst voor 29 + 54?
A Rijgen
B Splitsen
C Rond getal
Antwoord: C (Rond getal)
Rond getal: 30 + 54 = 84, 84 − 1 = 83: 2 cellen. Rijgen: 29 + 50 = 79, 79 + 4 = 83 gaat over de 80: 3 cellen.
Vlieg 68 + 27 over de route die jij het goedkoopst vindt. Schrijf je stappen op.
Antwoord: 95
Hoeveel cellen kostte jouw route?
De ronde-getal-route kost 2 cellen, rijgen 3 (88 + 7 gaat over de 90), splitsen 4. Kijk of de telling past bij de stappen die de leerling opschreef.
Kies voor elke vlucht de beste route. Schrijf de stappen en de cellen op.
Bij 27 + 27 is ook dubbel een mooie route: 2 × 27, of 20 + 20 = 40 en 7 + 7 = 14. Dat is splitsen, en de 7 + 7 gaat over de 10.
Wanneer kies je de ronde-getal-route?
A Als een getal bijna een tiental is, zoals 39 of 48
B Altijd, die route is het kortst
C Als beide getallen op een 0 eindigen
D Nooit bij plussommen
Antwoord: A (Als een getal bijna een tiental is, zoals 39 of 48)
Vlieg 74 − 29 op twee manieren.
Antwoord: 45 (2 manieren)
Rijgen kost 3 cellen (54 − 9 gaat over de 50), de ronde-getal-route 2.
Bij 63 − 38 haal je er eerst 40 af: 63 − 40 = 23. Wat doe je daarna?
A Er 2 bij: je haalde er 2 te veel af
B Er 2 af: dat hoort bij de som
C Niets, 23 is het antwoord
Antwoord: A (Er 2 bij: je haalde er 2 te veel af)
23 + 2 = 25.
Vlieg 86 − 34 met rijgen. Schrijf de stappen op.
Antwoord: 52
Hier gaat niets over een tiental: rijgen kost 2 cellen en een rond getal is niet nodig.
Welke route kost het minst voor 52 − 19?
A Rijgen
B Rond getal
Antwoord: B (Rond getal)
Rond getal: 52 − 20 = 32, 32 + 1 = 33: 2 cellen. Rijgen: 52 − 10 = 42, 42 − 9 = 33 gaat over de 40: 3 cellen.
Reken 91 − 48 uit.
Tip: Welk rond getal ligt dicht bij 48?
Antwoord: 43
91 − 50 = 41, je haalde er 2 te veel af: 41 + 2 = 43.
Welke vluchten van Rik kloppen niet? Kies ze allemaal.
A Vlucht A
B Vlucht B
C Vlucht C
D Vlucht D
E Vlucht E
Antwoord: A (Vlucht A), C (Vlucht C), D (Vlucht D)
A moet 65 zijn (er moet 1 af), C 35, D 38 (er moet 3 bij). B en E kloppen.
Wat moet het antwoord van vlucht A zijn?
Antwoord: 65
Wat moet het antwoord van vlucht C zijn?
Antwoord: 35
Met rijgen: 63 − 20 = 43, 43 − 8 = 35. Rik rekende 8 − 3 in plaats van 3 − 8: hij draaide de eenheden om.
Wat moet het antwoord van vlucht D zijn?
Antwoord: 38
Bij vlucht A en vlucht D maakt Rik dezelfde soort fout. Welke?
A Hij verbetert de verkeerde kant op: erbij in plaats van eraf, of andersom
B Hij maakt het verkeerde getal rond
C Hij telt de cellen verkeerd
Antwoord: A (Hij verbetert de verkeerde kant op: erbij in plaats van eraf, of andersom)
Schrijf Rik een briefje. Leg uit hoe je bij de ronde-getal-route weet of je aan het eind iets erbij of eraf moet doen.
Geen vast antwoord
Een voorbeeld erbij (39 + 26, 85 − 47) is een goed teken: de leerling kan de regel laten zien, niet alleen opzeggen.
Vul je logboek in tijdens de race.
De goedkoopste routes (elk 2 cellen):
Hoeveel cellen heb je in totaal gebruikt?
Met de goedkoopste route is elke vlucht 2 cellen: zes vluchten kosten dan 12 cellen. Meer is niet fout; vraag welke vlucht goedkoper had gekund.
Schrijf je eigen routeregel: wanneer kies jij rijgen, wanneer splitsen en wanneer een rond getal? Geef bij elke route een voorbeeld.
Geen vast antwoord
Een regel als "als het tweede getal bijna een tiental is, maak ik het rond" is uitstekend. Een regel die zegt "altijd rond getal" is een goed begin voor een gesprek.