tempono

Opslaan met een account

Met een gratis account sla je deze bundel op in je eigen materiaal: afdrukken, aanpassen en de antwoorden van je leerlingen nakijken.

De Denkclub: tegels, lucifers en zwembaden

Groep 4 · rekenen · Getallen en patronen · 135 min

Hoe groeit het? 45 min

ProfessorPidebaasvandeDenkclubWelkombijdeDenkclub!Ikbouweenhekvanlucifers.Elkefiguurheeftéénvierkantjemeer.Hoeverkunjijvooruitkijken?
1

Hoeveel lucifers heb je nodig?

Tip: Hoeveel lucifers komen er bij als het hek één vierkantje langer wordt?

Figuur14lucifersFiguur27lucifersFiguur310lucifersFiguur413lucifers
Hoeveellucifersheeftfiguur5?Hoeveellucifersheeftfiguur10?1631

Antwoord: figuur 5: 16; figuur 10: 31

Veelgemaakte fouten

  • 40 voor figuur 10: de leerling rekent 4 lucifers per vierkantje en ziet niet dat ze een lucifer delen.
Stap voor stap 3 stappen
  1. Figuur 1, 2 en 3 hebben 4, 7, 10 lucifers. Er komen er steeds 3 bij.
  2. Figuur 5 is 1 lucifer aan het begin en 3 voor elk vierkantje: 1 + 3 × 5 = 16.
  3. Figuur 10 is 1 lucifer aan het begin en 3 voor elk vierkantje: 1 + 3 × 10 = 31.
Samsnel,maarsomstesnelIkweeteentrucje!Figuur5heeft16lucifers.Figuur10istweekeerzolang.Dusfiguur10heeft16+16=32lucifers.
2

Klopt het trucje van Sam?

Tip: Leg twee hekken van 5 vierkantjes tegen elkaar aan. Wat gebeurt er in het midden?

A Ja, figuur 10 heeft 32 lucifers

B Nee, het zijn er 31: als je twee hekken aan elkaar legt, heb je in het midden maar één lucifer nodig

C Nee, het zijn er 30

ABC

Antwoord: B (Nee, het zijn er 31: als je twee hekken aan elkaar legt, heb je in het midden maar één lucifer nodig)

Doorvragen

  • Hoeveel lucifers heeft figuur 20? Kun je het trucje van Sam verbeteren? (Twee keer figuur 10 min 1 = 61.)

Nu een figuur van tegels. Bekijk figuur 1, 2 en 3 goed.

3

Hoeveel tegels hebben deze plussen? En welke plus heeft 41 tegels?

Tip: Kijk naar het midden en naar de armen. Hoe lang is een arm bij figuur 3?

Figuur1Figuur2Figuur3
Hoeveeltegelsheeftfiguur4?Hoeveeltegelsheeftfiguur10?Welkefiguurheeft41tegels?Figuur174110

Antwoord: figuur 4: 17; figuur 10: 41; 41 tegels: figuur 10

Toelichting

Wie de vorm ziet, rekent: 1 in het midden en 4 armen van 10 lang. Wie doortelt (5, 9, 13, …), komt er ook, maar moet bij 41 terugtellen.

Stap voor stap 4 stappen
  1. Figuur 1, 2 en 3 hebben 5, 9, 13 tegels. Er komen er steeds 4 bij.
  2. Figuur 4 is 1 in het midden en 4 armen van 4: 1 + 4 × 4 = 17.
  3. Figuur 10 is 1 in het midden en 4 armen van 10: 1 + 4 × 10 = 41.
  4. 41 tegels is figuur 10: 1 in het midden en 4 armen van 10: 1 + 4 × 10 = 41.
4

Hoeveel tegels hebben deze L's?

Figuur1Figuur2Figuur3
Hoeveeltegelsheeftfiguur4?Hoeveeltegelsheeftfiguur10?921

Antwoord: figuur 4: 9; figuur 10: 21

Stap voor stap 3 stappen
  1. Figuur 1, 2 en 3 hebben 3, 5, 7 tegels. Er komen er steeds 2 bij.
  2. Figuur 4 is een staande rij van 5 en een liggende rij van 4: 5 + 4 = 9.
  3. Figuur 10 is een staande rij van 11 en een liggende rij van 10: 11 + 10 = 21.
5

Teken figuur 4 van de L op het rooster. Tel dan de tegels. Klopt je antwoord van de vorige opdracht?

Uitwerking

Figuur 4 is een L met een staand stuk van 5 tegels en een liggend stuk van 4 tegels ernaast: 9 tegels.

Beoordelingscriteria

  • Een L-vorm met 9 tegels
  • Het staande stuk is één langer dan het liggende stuk
6

Noor schrijft een rij getallen op: 2, 5, 8, 11, … Welk getal staat op de tiende plek?

Tip: Hoeveel komt er steeds bij? Hoe vaak gebeurt dat tot de tiende plek?

29

Antwoord: 29

Uitwerking

Er komt steeds 3 bij. Van de eerste naar de tiende plek is 9 stappen: 2 + 9 × 3 = 29. Doortellen mag ook: 2, 5, 8, 11, 14, 17, 20, 23, 26, 29.

Veelgemaakte fouten

  • 32: de leerling rekent 10 stappen van 3 in plaats van 9 (2 + 10 × 3).
ExtrauitdagingHoeveellucifersheefthethekmet100vierkantjes?

Op twee manieren tellen 45 min

ProfessorPidebaasvandeDenkclubIklaatzwembadenbouwen.Hetblauwewateris1rijbreed.Rondomkomteenrandvantegels.Hoelangerhetzwembad,hoemeertegels.
7

Hoeveel tegels liggen er rond het zwembad? En welk zwembad heeft 30 tegels?

Figuur1Figuur2Figuur3
Hoeveeltegelsheeftfiguur5?Hoeveeltegelsheeftfiguur20?Welkefiguurheeft30tegels?Figuur164612

Antwoord: figuur 5: 16; figuur 20: 46; 30 tegels: figuur 12

Veelgemaakte fouten

  • Telt het water mee: bij figuur 5 komt de leerling dan op 21 in plaats van 16.
Stap voor stap 4 stappen
  1. Figuur 1, 2 en 3 hebben 8, 10, 12 tegels. Er komen er steeds 2 bij.
  2. Figuur 5 is boven en onder elk 7, links en rechts elk 1: 7 + 7 + 2 = 16.
  3. Figuur 20 is boven en onder elk 22, links en rechts elk 1: 22 + 22 + 2 = 46.
  4. 30 tegels is figuur 12: boven en onder elk 14, links en rechts elk 1: 14 + 14 + 2 = 30.
Noorprecies,rekentallesnaIktelfiguur3zo:bovenaan5tegels,onderaan5tegels,enlinksenrechtsnog1.Samen5+5+1+1=12.
8

Tel de tegels rond zwembad 3 op een andere manier dan Noor. Schrijf op hoe jij telt.

Tip: Je kunt ook eerst alle tegels én het water tellen, en dan het water eraf halen.

Geen vast antwoord

Toelichting

Goede manieren zijn bijvoorbeeld:

  • Het hele blok van 3 bij 5 is 15, min 3 water = 12.
  • Vier hoeken, plus 3 boven en 3 onder, plus 1 links en 1 rechts: 4 + 3 + 3 + 1 + 1 = 12.
  • De twee lange rijen van 5 en de twee korte stukjes van 1: 2 × 5 + 2.

Beoordelingscriteria

  • De manier is anders dan die van Noor en komt op 12
  • De leerling beschrijft de manier zo dat een ander hem kan volgen
9

Hoeveel tegels hebben deze T's?

Figuur1Figuur2Figuur3
Hoeveeltegelsheeftfiguur4?Hoeveeltegelsheeftfiguur10?1331

Antwoord: figuur 4: 13; figuur 10: 31

Doorvragen

  • Wat groeit er bij de T, en hoe hard? (Bovenaan komen er steeds 2 bij, aan de poot 1.)
Stap voor stap 3 stappen
  1. Figuur 1, 2 en 3 hebben 4, 7, 10 tegels. Er komen er steeds 3 bij.
  2. Figuur 4 is bovenaan 9 en een poot van 4: 9 + 4 = 13.
  3. Figuur 10 is bovenaan 21 en een poot van 10: 21 + 10 = 31.
10

Hoeveel lucifers hebben deze driehoeken? En welke figuur heeft 25 lucifers?

Figuur1Figuur2Figuur3
Hoeveellucifersheeftfiguur10?Welkefiguurheeft25lucifers?Figuur2112

Antwoord: figuur 10: 21; 25 lucifers: figuur 12

Stap voor stap 3 stappen
  1. Figuur 1, 2 en 3 hebben 3, 5, 7 lucifers. Er komen er steeds 2 bij.
  2. Figuur 10 is 1 lucifer aan het begin en 2 voor elk driehoekje: 1 + 2 × 10 = 21.
  3. 25 lucifers is figuur 12: 1 lucifer aan het begin en 2 voor elk driehoekje: 1 + 2 × 12 = 25.
11

Bij welk patroon komen er steeds de meeste tegels of lucifers bij?

A Het hek

B De plus

C Het zwembad

D De driehoeken

ABCD

Antwoord: B (De plus)

Uitwerking

Het hek: 3 erbij. De plus: 4 erbij. Het zwembad: 2 erbij. De driehoeken: 2 erbij.

ExtrauitdagingEenzwembadisnu2rijenbreedinplaatsvan1.Hoeveeltegelsliggenerrondeenzwembadvan2bij5?

Snel groeien en zelf maken 45 min

Samsnel,maarsomstesnelIkbouweentrapvanblokken.Erkomtsteedseenkolombijdieéénhogeris.Datgaatsnel!
12

Hoeveel blokken hebben deze trappen?

Tip: Figuur 5 heeft kolommen van 1, 2, 3, 4 en 5 hoog.

Figuur1Figuur2Figuur3Figuur4
Hoeveeltegelsheeftfiguur5?Hoeveeltegelsheeftfiguur10?1555

Antwoord: figuur 5: 15; figuur 10: 55

Toelichting

Slim voor figuur 10: 1 + 10, 2 + 9, 3 + 8, 4 + 7 en 5 + 6 zijn vijf keer 11 = 55. Dit is de truc van de jonge Gauss.

Stap voor stap 3 stappen
  1. Figuur 1, 2 en 3 hebben 1, 3, 6 tegels. Er komen er eerst 2 bij, dan 3: steeds meer.
  2. Figuur 5 is kolommen van 1 tot en met 5: 1 + 2 + 3 + 4 + 5 = 15.
  3. Figuur 10 is kolommen van 1 tot en met 10: 1 + 2 + 3 + … + 10 = 55.
13

Hoeveel tegels hebben deze vierkanten?

Figuur1Figuur2Figuur3
Hoeveeltegelsheeftfiguur4?Hoeveeltegelsheeftfiguur10?16100

Antwoord: figuur 4: 16; figuur 10: 100

Veelgemaakte fouten

  • 40 voor figuur 10: de leerling telt alleen de rand (of rekent 4 × 10).
Stap voor stap 3 stappen
  1. Figuur 1, 2 en 3 hebben 1, 4, 9 tegels. Er komen er eerst 3 bij, dan 5: steeds meer.
  2. Figuur 4 is 4 rijen van 4: 4 × 4 = 16.
  3. Figuur 10 is 10 rijen van 10: 10 × 10 = 100.
14

Bij het hek komen er steeds 3 lucifers bij. Wat gebeurt er bij de vierkanten?

A Er komen er steeds 3 bij

B Er komen er steeds 4 bij

C Er komen er steeds meer bij: 3, dan 5, dan 7, …

D Er komen er steeds minder bij

ABCD

Antwoord: C (Er komen er steeds meer bij: 3, dan 5, dan 7, …)

Uitwerking

1, 4, 9, 16, 25: er komen 3, 5, 7, 9 bij. De oneven getallen!

ProfessorPidebaasvandeDenkclubNubenjijdebouwer.Bedenkeeneigengroeipatroonvantegels.Eenklasgenootmoetuitrekenenhoeveeltegelsjouwfiguur10heeft.
15

Teken figuur 1, 2 en 3 van je eigen groeipatroon.

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • Er zit een duidelijke regel in de drie figuren
  • Elke figuur volgt uit de vorige op dezelfde manier
16

Vul de tabel in voor jouw patroon. Reken figuur 10 uit zonder hem te tekenen.

FiguurAantaltegelsHoeweetjedat?123410

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • De aantallen kloppen met de tekening
  • Figuur 10 is uitgerekend met de regel, niet getekend
  • De uitleg beschrijft de opbouw van de figuur
ExtrauitdagingKunjeeenpatroonbedenkenwaarbijfiguur10precies50tegelsheeft?