tempono

Opslaan met een account

Met een gratis account sla je deze bundel op in je eigen materiaal: afdrukken, aanpassen en de antwoorden van je leerlingen nakijken.

De Dijkdenkers: opdrachten van het waterschap

Groep 4 · rekenen, techniek · Dijken en water · 225 min

Opdracht 1: De zandzakkenmuur 45 min

DijkgraafJetdebaasvanhetwaterschapWelkombijhetwaterschap!IkbenDijkgraafJet.Ikzoekeenslimmeingenieurvoorvijfopdrachten.Jijdus!
zeeniveaulagerZEEDIJKPOLDERTekening1:dezee,dedijkendepolder.

Kijk goed naar de tekening. De polder ligt lager dan de zee. Zonder dijk stroomt het water zo naar binnen. Het waterschap zorgt dat de dijken sterk blijven.

Werkorder1Bijstormleggenwezandzakkenopdedijk.Opelkezakstaateengetal.•Rekendelegezakkenuit.•Ontdekwelkezakhetmeestmeetelt.•Maakzelfeenmuurvooreencollega.
DeregelvandezandzakkenmuurHetgetalopeenzakisaltijddetweezakkenerondersamen.Liggener4en6ondereenzak?Danstaater10op.
1

Vul de lege zakken in.

463
StartZo krijgt de leerling de puzzel.
46310
Stap 1Zak 1 in rij 2: 4 + 6 = 10
463109
Stap 2Zak 2 in rij 2: 6 + 3 = 9
46319109
Stap 3Zak 1 in rij 1: 10 + 9 = 19

Antwoord: 19 · 10 · 9

Antwoord · Stap voor stap

Antwoord: 19 · 10 · 9

  1. Zak 1 in rij 2: 4 + 6 = 10
  2. Zak 2 in rij 2: 6 + 3 = 9
  3. Zak 1 in rij 1: 10 + 9 = 19

Toelichting

Vooruit rekenen, om de regel te leren. 4 + 6 = 10, 6 + 3 = 9, bovenaan 10 + 9 = 19.

Tips achterin het boekje
  • Tip 1a Zoek een lege zak waarvan je de twee zakken eronder al weet.
  • Tip 1b Kijk naar de zak boven de 4 en de 6.
2

Nu weet je de bovenste zak al. Welke getallen ontbreken?

Tip: Welk getal moet je bij 7 optellen om 12 te krijgen?

27127
StartZo krijgt de leerling de puzzel.
2712715
Stap 1Zak 2 in rij 2: 27 − 12 = 15
27127155
Stap 2Zak 1 in rij 3: 12 − 7 = 5
271271558
Stap 3Zak 3 in rij 3: 15 − 7 = 8

Antwoord: 15 · 5 · 8

Antwoord · Stap voor stap

Antwoord: 15 · 5 · 8

  1. Zak 2 in rij 2: 27 − 12 = 15
  2. Zak 1 in rij 3: 12 − 7 = 5
  3. Zak 3 in rij 3: 15 − 7 = 8

Toelichting

Terugrekenen. 27 − 12 = 15, dan 12 − 7 = 5 en 15 − 7 = 8.

Veelgemaakte fouten

  • Telt op in plaats van af te trekken (bijvoorbeeld 12 + 7 = 19 linksonder).
Tips achterin het boekje
  • Tip 2a Optellen lukt nergens. Je kunt ook terugrekenen: van boven naar beneden.
  • Tip 2b De 27 is de 12 plus de lege zak ernaast. Wat hoort daar?
Briefje van een dijkwerkerBovenaanmoet20komen.Onderaanliggen3en5.Dusindemiddelstezakkomt12,want20 − 3 − 5 = 12.
DijkgraafJetdebaasvanhetwaterschapKloptdatwel?Rekenhetnavoordatwegaanstapelen.
3

Zet 12 in de middelste zak en reken de muur uit. Klopt het briefje?

A Ja, bovenaan komt 20

B Nee, bovenaan komt een ander getal

AB

Antwoord: B (Nee, bovenaan komt een ander getal)

Toelichting

Met 12: 3 + 12 = 15 en 12 + 5 = 17, bovenaan 32. Dat is veel te veel. De dijkwerker vergat dat de middelste zak twee keer meetelt.

Doorvragen

  • Waarom is 12 te veel? Langs hoeveel wegen gaat de 12 naar boven?
4

Vind het goede getal voor de middelste zak. Vul daarna de hele muur in.

Tip: Probeer een getal. Is de bovenste zak te groot? Probeer dan een kleiner getal.

2035
StartZo krijgt de leerling de puzzel.
20356
Stap 1Zak 2 in rij 3: probeer 6 en reken naar boven. Klopt alles, dan is het 6.
203596
Stap 2Zak 1 in rij 2: 3 + 6 = 9
20359116
Stap 3Zak 2 in rij 2: 6 + 5 = 11

Antwoord: 9 · 11 · 6

Antwoord · Stap voor stap

Antwoord: 9 · 11 · 6

  1. Zak 2 in rij 3: probeer 6 en reken naar boven. Klopt alles, dan is het 6.
  2. Zak 1 in rij 2: 3 + 6 = 9
  3. Zak 2 in rij 2: 6 + 5 = 11

Toelichting

Met 6: 3 + 6 = 9 en 6 + 5 = 11, en 9 + 11 = 20. Proberen en verbeteren is hier de bedoeling. Een leerling die ziet dat de middelste zak twee keer meetelt, rekent (20 − 3 − 5) gedeeld door 2 = 6. Mooi, maar niet nodig.

Doorvragen

  • Hoeveel groter wordt de bovenste zak als je de middelste zak 1 groter maakt?
Tips achterin het boekje
  • Tip 4a Optellen en terugrekenen lukken niet. Probeer een getal in een lege zak en reken naar boven.
  • Tip 4b Is de top te groot? Probeer een kleiner getal. Te klein? Dan een groter.

Je hebt drie zandzakken met 1, 2 en 3. Je mag ze onderaan in elke volgorde leggen.

5

Wat is het grootste getal dat je bovenaan kunt krijgen?

9

Antwoord: 9

Toelichting

3 in het midden: 1 + 3 = 4 en 3 + 2 = 5, bovenaan 9. Met 1 in het midden komt er 7, met 2 in het midden 8.

Veelgemaakte fouten

  • 6, omdat de leerling denkt dat de bovenste zak gewoon alle zakken samen is.
6

Welke zak onderaan telt dubbel mee voor het getal bovenaan?

A De linker zak

B De middelste zak

C De rechter zak

ABC

Antwoord: B (De middelste zak)

Toelichting

De middelste zak zit onder beide zakken van de tweede rij. In een echte muur draagt hij ook het meeste gewicht.

Doorvragen

  • Kun je met je vinger laten zien langs welke twee wegen de middelste zak naar boven gaat?
DijkgraafJetdebaasvanhetwaterschapDehoogstedijkkrijgtvierrijenzandzakken.Durfjijhemaan?
7

Vul de lege zakken in.

331218578
StartZo krijgt de leerling de puzzel.
33121857815
Stap 1Zak 2 in rij 3: 7 + 8 = 15
3312185782715
Stap 2Zak 1 in rij 2: 12 + 15 = 27
331218578602715
Stap 3Zak 1 in rij 1: 27 + 33 = 60
33121857860271510
Stap 4Zak 4 in rij 4: 18 − 8 = 10

Antwoord: 60 · 27 · 15 · 10

Antwoord · Stap voor stap

Antwoord: 60 · 27 · 15 · 10

  1. Zak 2 in rij 3: 7 + 8 = 15
  2. Zak 1 in rij 2: 12 + 15 = 27
  3. Zak 1 in rij 1: 27 + 33 = 60
  4. Zak 4 in rij 4: 18 − 8 = 10

Toelichting

Hier moet de leerling kiezen waar hij begint. Rechtsonder gaat terug (18 − 8 = 10), de rest vooruit.

Tips achterin het boekje
  • Tip 7.1a Zoek een lege zak waarvan je de twee zakken eronder al weet.
  • Tip 7.1b Kijk naar de zak boven de 7 en de 8.
  • Tip 7.2a Optellen lukt nergens. Je kunt ook terugrekenen: van boven naar beneden.
  • Tip 7.2b De 18 is de 8 plus de lege zak ernaast. Wat hoort daar?
8

Een muur van 3 rijen heeft 6 zakken (3 + 2 + 1). Hoeveel zakken heeft een muur van 5 rijen?

15

Antwoord: 15

Toelichting

5 + 4 + 3 + 2 + 1 = 15. Elke nieuwe rij onderaan heeft één zak meer dan de rij erboven.

Veelgemaakte fouten

  • 10 of 11, omdat de leerling maar één rij bij de 6 optelt in plaats van twee (de rij van 4 én de rij van 5).

Doorvragen

  • Hoeveel zakken heeft een muur van 10 rijen? Kun je dat slim uitrekenen?
9

Maak zelf een zandzakkenmuur voor een collega. Reken hem eerst helemaal uit op kladpapier. Teken hem dan hier, met een paar lege zakken.

Geen vast antwoord

Toelichting

Laat een klasgenoot de muur oplossen. Werkt hij? Dan is de leerling een echte ontwerper van puzzels.

Beoordelingscriteria

  • De muur klopt met de regel
  • Er staan genoeg getallen in om hem op te lossen, en er is maar één antwoord
  • Er zit een stap in waarbij je terug moet rekenen (niet alleen onderaan invullen)
ExtrauitdagingEenmuurvanvierrijenmetonderaandezakken1,2,3en4,inelkevolgorde.Watishetgrootstegetaldatjebovenaankuntkrijgen?

Opdracht 2: Blokken en kavels 45 min

DijkgraafJetdebaasvanhetwaterschapEenboerwilzijnlandverdelen.Enwijbouweneenproefdijkvanblokken.Kijkgoed,wantnietalleswateris,kunjezien.
Werkorder2•Teldevierkanteninhetlandvandeboer.•Teldeblokkenvandeproefdijk,ookdeblokkendiejenietziet.•Zoekhoededijkeruitzietvanvorenenvanboven.•Verdeeltweepolderseerlijk.

Het land van de boer heeft 9 kavels, met sloten ertussen. De boer ziet 9 vierkanten. Maar er zijn er meer! Er zitten ook grotere vierkanten in.

Tekening2:dekavelsvandeboer.
10

Hoeveel vierkanten zie je in totaal? Tel ook de vierkanten die uit meer kavels bestaan.

14

Antwoord: 14

Toelichting

9 kleine vierkanten, 4 vierkanten van 2 bij 2 en 1 groot vierkant. Samen 14.

Veelgemaakte fouten

  • 10, omdat de leerling de vierkanten van 2 bij 2 vergeet.
  • 11 of 12, omdat de leerling maar een paar van de 2 bij 2 vierkanten ziet (ze overlappen).

Doorvragen

  • Hoe zorg je dat je geen vierkant twee keer telt?

Dit is de proefdijk. Elk blok staat op de grond of op een ander blok. De achterste rij is net zo gebouwd als de voorste.

voorkantzijkantTekening3:deproefdijkvanblokken.
11

Uit hoeveel blokken bestaat de proefdijk?

18

Antwoord: 18

Toelichting

Eén rij: 1 + 2 + 3 + 2 + 1 = 9. Twee rijen: 18.

Veelgemaakte fouten

  • 9, omdat de leerling de achterste rij vergeet.
  • Een getal rond de 13, omdat de leerling alleen de blokken telt die te zien zijn.
12

Het water stijgt. Jet wil de dijk overal één blok hoger maken. Hoeveel blokken komen er bij?

10

Antwoord: 10

Toelichting

Er zijn 10 stapels (2 rijen van 5). Op elke stapel komt 1 blok.

Veelgemaakte fouten

  • 2, omdat de leerling alleen de hoogste stapels ophoogt.
  • 18, omdat de leerling denkt dat alles verdubbelt.

Een ingenieur tekent een bouwwerk ook plat. Hoe ziet het eruit als je er recht van voren naar kijkt? En recht van boven?

13

Je kijkt recht naar de voorkant van de proefdijk. Welke tekening zie je?

A

B

C

D

ABCD

Antwoord: A ()

Toelichting

Van voren zie je de vijf stapels naast elkaar, 1, 2, 3, 2 en 1 hoog. De achterste rij valt erachter weg.

Veelgemaakte fouten

  • D, omdat de leerling denkt dat je van voren de hoogste stapel overal ziet.
14

Nu kijk je recht van boven op de proefdijk. Welke tekening zie je?

A

B

C

D

ABCD

Antwoord: C ()

Toelichting

Van boven zie je 2 rijen van 5 stapels. Hoe hoog ze zijn, zie je niet. Tekening B is de zijkant (2 breed, 3 hoog). D is wat je ziet als je denkt dat alles 3 hoog is.

Doorvragen

  • Welke tekening hoort bij de zijkant? (B)
  • Bouw de proefdijk na met blokjes. Kun je D maken door blokken weg te halen?
  • Kun je uit het bovenaanzicht weten hoeveel blokken er zijn? Waarom niet?

Vier boeren krijgen samen deze polder. Iedereen moet een stuk krijgen met dezelfde vorm en dezelfde grootte.

Tekening4:depolderindevormvaneenL.
15

Teken de polder na op het rooster. Verdeel hem in vier stukken met dezelfde vorm en dezelfde grootte.

Tip: Tel eerst de hokjes. Hoeveel krijgt elke boer?

Geen vast antwoord

Toelichting

12 hokjes, dus 3 per boer, in de vorm van een kleine L. Eén L zit in de hoek, de andere drie eromheen, net zoals de grote polder. Vier rechte stukjes van 3 lukt niet.

Doorvragen

  • Waarom lijkt elk stuk op de hele polder?

Beoordelingscriteria

  • Vier stukken van elk 3 hokjes
  • Alle stukken hebben dezelfde vorm (gedraaid of gespiegeld mag)
Tekening5:eenvierkantepolder.
16

Verdeel deze polder in vier stukken met dezelfde vorm en dezelfde grootte. Maar de stukken mogen geen vierkant en geen rechthoek zijn!

Geen vast antwoord

Toelichting

Er zijn meer oplossingen, bijvoorbeeld vier L-vormen van 4 hokjes die rond het midden draaien, of vier T-vormen.

Doorvragen

  • Kun je nog een andere oplossing vinden?

Beoordelingscriteria

  • Vier stukken van elk 4 hokjes
  • Dezelfde vorm, geen vierkant of rechthoek
ExtrauitdagingEenboerheefteenstuklandvan4bij4kavels.Hoeveelvierkantenzittendaarin?

Opdracht 3: Precies 4 liter 45 min

DijkgraafJetdebaasvanhetwaterschapMorgentestenweeenstukjedijkindeproefbak.Daarvoorhebikprecies4literwaternodig.Maarikheballeendezetweeemmers.
5liter3literslootTekening6:degroteemmerhoudt5liter,dekleine3liter.
Werkorder3•Meetprecies4literaf.Houdeenlogboekbij.•Zoekdekortstemanier.•Rekenuithoeveelwatererindeproefbakpast.
Watmagjedoen?•Eenemmerhelemaalvullenuitdesloot.•Eenemmerleeggooienindesloot.•Wateruitdeeneemmerindeanderegieten,totdeeneleegisofdeanderevol.Erstaangeenstreepjesopdeemmers.Jeweetalleenhoeveelerinzitalshijvolis.
17

Je vult de grote emmer. Je giet daaruit in de kleine emmer tot die vol is. Hoeveel liter zit er nog in de grote emmer?

liter2

Antwoord: 2 liter

Toelichting

5 − 3 = 2 liter.

18

Je vult de kleine emmer en giet hem leeg in de grote. Dan vul je de kleine nog een keer. Je giet in de grote tot die vol is. Hoeveel liter zit er nog in de kleine emmer?

liter1

Antwoord: 1 liter

Toelichting

Na de eerste keer zit er 3 liter in de grote emmer. Er past nog 2 liter bij. Van de 3 liter blijft 1 liter over.

19

Zoek nu een manier om precies 4 liter in de grote emmer te krijgen. Schrijf na elke stap op hoeveel liter er in elke emmer zit.

Tip: Bij de vorige twee vragen heb je al 2 liter en 1 liter gemaakt. Heb je daar iets aan?

StapWatdoeje?GroteemmerKleineemmer12345678910

Geen vast antwoord

Toelichting

Er zijn twee oplossingen: beginnen met de grote emmer (6 stappen, zie de volgorde-opdracht) of met de kleine (8 stappen, zie de opdracht daarna).

Beoordelingscriteria

  • Elke stap houdt zich aan de regels
  • De liters in de emmers kloppen na elke stap
  • Aan het eind zit er 4 liter in de grote emmer
Briefje van een collegaIkhebhetgevonden,inzesstappen!Maarmijnbriefjeisindeslootgevallen.Nustaandestappendoorelkaar.
20

Zet de stappen van je collega in de goede volgorde.

A Vul de grote emmer opnieuw.

B Giet wat er nog in de grote emmer zit in de kleine.

C Giet uit de grote emmer in de kleine tot die vol is.

D Vul de grote emmer.

E Giet uit de grote emmer in de kleine tot die vol is. Nu zit er 4 liter in de grote!

F Gooi de kleine emmer leeg in de sloot.

123456DCFBAE

Antwoord: D › C › F › B › A › E

123456DCFBAE

Toelichting

In liters (grote en kleine) na elke stap: 5 en 0, 2 en 3, 2 en 0, 0 en 2, 5 en 2, 4 en 3.

Je kunt ook beginnen met de kleine emmer. Gaat dat sneller?

21

Probeer het door met de kleine emmer te beginnen. Tel de stappen. Welke manier is korter?

A Beginnen met de kleine emmer

B Beginnen met de grote emmer

C Ze zijn even lang

ABC

Antwoord: B (Beginnen met de grote emmer)

Toelichting

Met de kleine emmer zijn het 8 stappen (grote en kleine): 0 en 3, 3 en 0, 3 en 3, 5 en 1, 0 en 1, 1 en 0, 1 en 3, 4 en 0.

Veelgemaakte fouten

  • Denkt dat een kleine emmer sneller is omdat je minder water hoeft te dragen.

Bij een ander waterschap hebben ze een emmer van 2 liter en een emmer van 4 liter.

22

Kunnen ze daarmee precies 3 liter in een emmer krijgen?

A Ja

B Nee

AB

Antwoord: B (Nee)

Toelichting

Nee. Met 2 en 4 liter kun je alleen 0, 2 of 4 liter maken.

23

Leg uit waarom.

Geen vast antwoord

Toelichting

Het woord "even" hoeft niet. "Het gaat altijd met twee tegelijk" is ook een sterke uitleg.

Doorvragen

  • Met welke twee emmers kun je wél 3 liter maken, zonder een emmer van 3?

Beoordelingscriteria

  • Ziet dat je altijd in tweetjes vult, giet of leeggooit
  • Noemt dat er dus altijd 0, 2 of 4 liter in een emmer zit, nooit 3
DijkgraafJetdebaasvanhetwaterschapNudeproefbakzelf.Hijstaatvolmetblokkenvanprecies1liter.
Tekening7:deproefbak.Elkblokis1liter.
24

Hoeveel liter past er in de proefbak?

Tip: Tel eerst de blokken in de bovenste laag.

liter24

Antwoord: 24 liter

Toelichting

Eén laag is 4 bij 3: 12 blokken. Twee lagen: 24 liter.

Veelgemaakte fouten

  • Een getal rond de 15, omdat de leerling alleen de blokken telt die te zien zijn.
  • 12, omdat de leerling de onderste laag vergeet.
25

Je vult de proefbak alleen met de kleine emmer van 3 liter. Hoeveel keer moet je gieten?

8

Antwoord: 8

Toelichting

8 × 3 = 24. Tellen met sprongen van 3 mag ook.

26

Nu mag je beide emmers gebruiken, steeds helemaal vol. De bak moet precies vol. Wat is het kleinste aantal keer gieten?

Tip: Met alleen de grote emmer lukt het niet precies. Waarom niet?

6

Antwoord: 6

Toelichting

3 keer de grote en 3 keer de kleine: 15 + 9 = 24. Meer grote emmers kan niet: 4 grote is 20, en 4 liter gaat niet met emmers van 3. 5 grote is 25, dat is te veel.

Veelgemaakte fouten

  • 5, omdat de leerling 24 deelt door 5 en afrondt, en vergeet dat de bak precies vol moet.

Doorvragen

  • Hoe wist je zeker dat het niet met minder kan?
ExtrauitdagingMetdeemmersvan5en3literkunjeook1,2,3,4,5,6,7en8literindeproefbakgieten.Kunjedatvoorelkgetallatenzien?

Opdracht 4: Het zandzakkenspel 45 min

DijkgraafJetdebaasvanhetwaterschapNahetwerkspelendedijkwerkershetzandzakkenspel.Wiedelaatstezandzakinhetgatlegt,dichtdedijkenwint!
Werkorder4•Speelhetspeleenpaarkeer.•Onderzoekwieeraltijdkanwinnen,enhoe.•Schrijfdetrucopvoordedijkwerkers.
ABCDEF12

Het gat in de dijk. De twee bruine fiches liggen er al: er zijn 10 lege vakken.

Spelregels•Jespeeltmetz'ntweeën.Deeenheeftoranjefiches,deanderblauwe:datzijndezandzakken.•Omdebeurtlegje1of2zandzakkeninlegevakken.•Wiehetlaatstelegevakvult,wint.
27

Speel het spel drie keer met een klasgenoot of met de juf of meester. Schrijf op wie begon en wie won.

SpelWiebegon?Wiewon?123

Geen vast antwoord

Toelichting

Geen goed of fout. Het gaat erom dat de leerling het spel kent voordat hij het onderzoekt.

Beoordelingscriteria

  • Drie spellen gespeeld en bijgehouden

Nu ga je het spel onderzoeken. Denk steeds dat de ander slim speelt. Tel alleen de lege vakken.

28

Er zijn nog 3 lege vakken en jij bent aan de beurt. Kun jij nog winnen?

Tip: Probeer het allebei. Wat gebeurt er als je 1 zak legt? En als je 2 zakken legt?

A Ja

B Nee

AB

Antwoord: B (Nee)

Toelichting

Leg je 1 zak, dan legt de ander de laatste 2. Leg je 2 zakken, dan legt de ander de laatste.

29

Er zijn nog 4 lege vakken en jij bent aan de beurt. Hoeveel zakken leg je, zodat je zeker wint?

1

Antwoord: 1

Toelichting

Leg 1 zak. Dan zijn er 3 lege vakken en is de ander aan de beurt. Dat is de stand van de vorige vraag.

30

Er zijn nog 5 lege vakken. Hoeveel zakken leg je nu?

2

Antwoord: 2

Toelichting

Leg 2 zakken, dan blijven er 3 over voor de ander.

31

Bij welke aantallen lege vakken verlies je, als jij aan de beurt bent? Kleur alle goede rondjes.

A 3

B 4

C 6

D 7

E 9

F 10

ABCDEF

Antwoord: A (3), C (6), E (9)

Toelichting

Bij 3, 6 en 9 verlies je, als de ander slim speelt. Bij de andere aantallen kun je de ander naar 3, 6 of 9 brengen.

Veelgemaakte fouten

  • Kleurt alleen 3, omdat de leerling niet verder terugredeneert.

Doorvragen

  • Wat valt je op aan 3, 6 en 9?
32

Het spel begint met 10 lege vakken en jij mag beginnen. Hoeveel zakken leg je?

1

Antwoord: 1

Toelichting

Leg 1 zak, dan zijn er 9. Daarna leg je steeds zoveel dat jullie samen 3 leggen.

Een dijkwerker zegtIkweethetal.Wiebegint,wintaltijd!
33

Het gat heeft 9 lege vakken. Wie wint er als de ander slim speelt?

A Wie begint

B De ander

AB

Antwoord: B (De ander)

Toelichting

Bij 9 is wie begint meteen in een verliesstand. De dijkwerker heeft dus geen gelijk.

34

Leg aan de dijkwerker uit hoe je het zandzakkenspel altijd wint.

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • Noemt dat de ander aan de beurt moet zijn bij 3, 6 of 9 lege vakken
  • Of legt uit dat je samen steeds 3 legt (legt de ander 1, dan leg jij 2)
  • Ziet dat het niet altijd lukt als je begint (bij 9 of 6 vakken)

Stormronde. Bij storm weet je niet hoe groot het gat wordt. Gooi de dobbelsteen. Leg bruine fiches op de vakken die niet meedoen.

Hoegrootishetgat?6legevakken7legevakken8legevakken9legevakken10legevakken12legevakken:haaldebruinefichesweg
35

Na de worp mag jij kiezen wie begint. Bij welke worpen laat je de ander beginnen?

A

B

C

D

E

F

ABCDEF

Antwoord: A ( ), D ( ), F ( )

Toelichting

Bij 6, 9 en 12 lege vakken verliest wie begint. Dat zijn de worpen 1, 4 en 6. Bij de andere worpen begin je zelf en breng je de ander naar 6 of 9.

Veelgemaakte fouten

  • Kiest alleen worp 4 (9 vakken), omdat de leerling 6 en 12 niet als verliesstand herkent.

Doorvragen

  • Hoe vaak win jij als je de truc kent en zelf mag kiezen wie begint? (Altijd!)
ExtrauitdagingVeranderderegel.Jemagnu1,2of3zakkenleggen.Watisnudegeheimetruc?

Opdracht 5: Jouw dijkvak 45 min

DijkgraafJetdebaasvanhetwaterschapDitisjegrootsteopdracht.Hetwaterschapbouwteennieuwstukdijk.Jijmaakthetontwerp!
kruinzeekantlandkantzeepolderhoogwaterTekening8:dedelenvaneendijk.

De kruin is de bovenkant van de dijk. De zeekant is de kant van het water: daar slaan de golven tegen de dijk. De landkant is de kant van de polder.

DijkADijkBTekening9:tweedijken,evenhoog.
36

Bij welke dijk rolt een golf rustig de helling op en verliest hij zijn kracht?

A Dijk A

B Dijk B

AB

Antwoord: B (Dijk B)

Toelichting

Op een flauwe helling rolt de golf langzaam omhoog en zakt terug. Tegen een steile helling slaat hij hard, en spoelt hij de grond weg.

Veelgemaakte fouten

  • Dijk A, omdat een steile muur "sterker" lijkt.

Doorvragen

  • Waarom maken we niet elke dijk heel flauw? (Hij wordt dan heel breed en kost veel klei en land.)

Een flauwe dijk is sterker. Maar hij kost meer klei. En klei is duur! Daarom tellen we de klei in hokjes.

Tekening10:eenkleinedijk.Tweehalvehokjeszijnsamenéénheelhokje.
37

Hoeveel hokjes klei zitten er in deze dijk?

Tip: Tel eerst de hele hokjes. Tel dan de halve hokjes, en maak er hele van.

15

Antwoord: 15

Toelichting

12 hele hokjes en 6 halve. 6 halve zijn 3 hele, dus 15. Per rij van boven: 3, 5 en 7.

Veelgemaakte fouten

  • 12, omdat de leerling de halve hokjes niet meetelt.
  • 18, omdat de leerling halve hokjes als hele telt.
Werkorder5Eisenvoorhetnieuwedijkvak.Eénhokjeis1meter.•Hethoogwaterkomt3meterhoog.•Dekruinligtminstens2meterbovenhethoogwater.•Dekruinisminstens2meterbreed:erkomteenfietspadop.•Zeekant:voorelkemeteromhoogminstens2meteropzij.•Landkant:voorelkemeteromhoogminstens1meteropzij.•Gebruikzoweinigmogelijkklei.
Ontwerp1Ontwerp2Ontwerp3water=hoogwater1hokje=1meterTekening11:drieontwerpenomtekeuren.
38

Keur de drie ontwerpen. Welk ontwerp voldoet aan alle eisen?

Tip: Kijk bij elk ontwerp naar elke eis, één voor één.

A Ontwerp 1

B Ontwerp 2

C Ontwerp 3

ABC

Antwoord: C (Ontwerp 3)

Toelichting

Ontwerp 1 is te laag: de kruin ligt maar 1 meter boven het hoogwater. Ontwerp 2 is aan de zeekant te steil (1 omhoog, 1 opzij). Ontwerp 3 voldoet: 6 meter hoog, zeekant 1 omhoog en 2 opzij, kruin 2 breed. Wel gebruikt het meer klei dan nodig.

Doorvragen

  • Ontwerp 3 voldoet, maar is het ook het beste ontwerp? Waarom niet?
39

Hoe hoog moet de kruin minstens zijn, gemeten vanaf de grond?

meter5

Antwoord: 5 meter

Toelichting

3 meter hoogwater + 2 meter erboven = 5 meter.

Veelgemaakte fouten

  • 2, omdat de leerling alleen de 2 meter boven het hoogwater leest.
40

Je maakt de dijk zo klein als het mag. Hoe breed is hij dan onderaan?

Tip: Hoeveel meter opzij gaat de zeekant als hij 5 meter omhoog moet? En de landkant?

meter17

Antwoord: 17 meter

Toelichting

Zeekant: 5 omhoog, dus 10 opzij. Kruin: 2. Landkant: 5 omhoog, dus 5 opzij. Samen 10 + 2 + 5 = 17 meter.

Veelgemaakte fouten

  • 12, omdat de leerling voor de zeekant ook 1 opzij per meter rekent.
  • 15, omdat de leerling de kruin vergeet.
41

Teken jouw dijkvak op het rooster. Teken ook de grond en het hoogwater. Schrijf de kruin, de zeekant en de landkant erbij.

1 hokje = 1 meter

Geen vast antwoord

Toelichting

Het kleinste goede ontwerp is 5 hoog en 17 breed. Een groter ontwerp dat aan alle eisen voldoet, is ook goed, als de leerling kan zeggen waarom hij het zo koos (bijvoorbeeld een bredere kruin voor een weg).

Beoordelingscriteria

  • De kruin ligt minstens 2 hokjes boven het hoogwater en is minstens 2 hokjes breed
  • De zeekant gaat per hokje omhoog minstens 2 hokjes opzij, de landkant minstens 1
  • Grond, hoogwater, kruin, zeekant en landkant staan erbij
  • Er is niet veel meer klei gebruikt dan nodig, of de leerling legt uit waarom wel
42

Schrijf een briefje aan Jet. Waarom is jouw dijk sterk? En waarom is hij niet groter dan nodig?

Geen vast antwoord

Toelichting

Laat de leerling het ontwerp aan u of aan een klasgenoot presenteren, als echte ingenieur. Een sterke leerling noemt zelf een afweging (sterk tegen duur).

Beoordelingscriteria

  • Noemt minstens twee eisen en laat zien dat de dijk eraan voldoet
  • Legt uit waarom de zeekant flauw is (de golven)
  • Noemt de klei of de kosten als reden om niet groter te bouwen
DijkgraafJetdebaasvanhetwaterschapGoedgedaan,ingenieur!Hetwaterschapgaatjouwdijkbouwen.Jebentnueenechtedijkdenker.
ExtrauitdagingLaterkomthethoogwatermisschien1meterhoger.Hoeveelmeterbrederwordtdekleinstedijkdanonderaan?