Reken 5 × 9 uit met de tafel van 10. Schrijf je stappen op.
Antwoord: 45
Veelgemaakte fouten
- 50: de leerling neemt de helft van 100 in plaats van de helft van 90.
Reken 5 × 9 uit met de tafel van 10. Schrijf je stappen op.
Antwoord: 45
En 5 × 7?
Tip: Wat is 10 × 7? En de helft daarvan?
Antwoord: 35
Dit is het tafelplein. Op elk hokje hoort een som, zoals 3 × 4 of 7 × 9. De blauwe hokjes kun je al met het fundament. De witte moet je nog bouwen.
Hoeveel witte hokjes zijn er?
Tip: Ze vormen samen een vierkant. Hoeveel hokjes is het breed?
Antwoord: 36
De witte hokjes zijn de rijen 3, 4, 6, 7, 8 en 9 met dezelfde kolommen: 6 × 6 = 36. Ze liggen niet naast elkaar, maar samen zijn het 6 rijen van 6.
Hoeveel sommen van het plein kun je al met het fundament?
Antwoord: 64
100 hokjes, 36 wit: 100 − 36 = 64.
Reken 4 × 8 uit op twee manieren: met dubbel-dubbel, en via de tafel van 5.
Antwoord: 32 (2 manieren)
De tafel van 8 ligt nog een verdieping hoger. Verdubbel de tafel van 4 nog een keer.
Reken 8 × 6 uit.
Tip: 4 × 6 = 24. Wat is het dubbele?
Antwoord: 48
2 × 6 = 12, dubbel 24, dubbel 48.
Bouw 8 × 7 door drie keer te verdubbelen. Schrijf elke stap op.
Antwoord: 56
De tafel van 3 bouw je anders: eerst de tafel van 2, en dan nog één keer erbij. 3 × 6 is 2 × 6 = 12, en dan nog 6: 18.
Reken 3 × 8 uit op twee manieren: via de tafel van 2 en één erbij, en via de tafel van 5.
Antwoord: 24 (2 manieren)
Wat ging er mis op het briefje?
A 4 × 6 is niet 24
B Dubbel is niet er 4 bij, maar er nog eens 24 bij
C Je kunt 8 × 6 niet bouwen uit 4 × 6
D Er ging niets mis
Antwoord: B (Dubbel is niet er 4 bij, maar er nog eens 24 bij)
Het dubbele van 24 is 24 + 24 = 48.
Reken 9 × 7 uit op twee manieren: via de tafel van 10, en via de tafel van 5.
Antwoord: 63 (2 manieren)
Wat ging er mis op het briefje?
A 10 × 6 is niet 60
B Er moet 6 af, niet 9: je haalt één rij van 6 weg
C Er moet 10 af
D Er ging niets mis
Antwoord: B (Er moet 6 af, niet 9: je haalt één rij van 6 weg)
60 − 6 = 54. Teken zo nodig 10 rijen van 6 en streep er één door.
De tafel van 6 bouw je vanaf de tafel van 5: één keer erbij. 6 × 4 is 5 × 4 = 20, en dan nog 4: 24.
Reken 6 × 8 uit.
Tip: 5 × 8 = 40. Hoeveel moet er nog bij?
Antwoord: 48
5 × 8 = 40, en nog één keer 8: 48.
De tafel van 7 bouw je uit twee verdiepingen van het fundament tegelijk: de tafel van 5 en de tafel van 2.
Reken 7 × 6 uit met de tafel van 5 en de tafel van 2.
Antwoord: 42
Reken 7 × 8 uit op twee manieren die je zelf kiest.
Antwoord: 56 (2 manieren)
Ook goed: 8 × 7 met drie keer verdubbelen (14, 28, 56), of 7 × 7 = 49 en 7 erbij. Doortellen in zevens is geen bouwroute: vraag dan naar een kortere.
Welke route is het kortst voor 9 × 4?
A 10 × 4 = 40, en dan 4 eraf
B 5 × 4 = 20, 4 × 4 = 16, en dan 20 + 16
C 4 + 4 + 4 + 4 + 4 + 4 + 4 + 4 + 4
Antwoord: A (10 × 4 = 40, en dan 4 eraf)
B klopt ook, maar heeft meer stappen. C is doortellen: lang, en elke stap kan een fout geven.
Vul je tafelkaart in. Schrijf bij elke som je route en het antwoord.
Bijvoorbeeld:
Bij welke som was jouw route het langst? Schrijf de som op en hoeveel stappen het waren.
Er is geen goed antwoord. Vaak zijn het 7 × 7, 7 × 8 of 6 × 7. Gebruik het antwoord voor de volgende taak.
Kies drie sommen die je wilt onthouden. Bedenk bij elke som een geheugensteun.
Geen vast antwoord
Kijk over een paar weken of deze drie sommen nu vanzelf gaan. Dan kan de leerling er drie nieuwe kiezen.
Waarom is het handig om 7 × 8 = 56 te onthouden, als je hem ook kunt bouwen?
A Dan ben je sneller en hoef je minder stappen te maken
B Bouwen mag eigenlijk niet
C Het is niet handig, bouwen is altijd beter
Antwoord: A (Dan ben je sneller en hoef je minder stappen te maken)
De bouwlijst. Klopt elke regel?
Welke regels keur je af? Kies alle regels die niet kloppen.
A Regel A
B Regel B
C Regel C
D Regel D
E Regel E
F Regel F
Antwoord: B (Regel B), E (Regel E), F (Regel F)
B: er moet 8 af, niet 9 (72). E: de route klopt, maar 45 + 18 = 63. F: er moet 6 bij, niet 3 (18).
Wat moet het antwoord van regel B zijn?
Antwoord: 72
In regel E is de route goed. Wat ging er dan mis?
A 5 × 9 is niet 45
B 2 × 9 is niet 18
C 45 + 18 is niet 53, maar 63
Antwoord: C (45 + 18 is niet 53, maar 63)
Wat moet het antwoord van regel F zijn?
Antwoord: 18
Maak een bouwkaart voor de tafel van 9. Schrijf de route op, geef twee voorbeelden en schrijf op welke fout je moet vermijden.
Geen vast antwoord
Laat de leerling de kaart uitproberen bij een klasgenoot. Werkt de uitleg, zonder dat de maker erbij helpt?