Hoeveel stippen staan er op kaart A?
Antwoord: 7
Hoeveel stippen staan er op kaart A?
Antwoord: 7
Hoeveel stippen staan er op kaart B?
Antwoord: 7
Bij welke kaart wist je het sneller?
A Kaart A
B Kaart B
C Even snel
Geen vast antwoord
Meestal kaart B. Vraag waarom. Kaart B is 5 (zoals op een dobbelsteen) en 2.
Hoe zag je kaart B?
A 5 en 2
B 3 en 4
C 6 en 1
D Ik telde ze één voor één
Geen vast antwoord
Er is geen fout antwoord. A en B zijn allebei goed gezien. Bij D vraagt u of het ook kan zonder tellen.
Hoeveel stippen heeft lieveheersbeestje A?
Antwoord: 7
Hoeveel stippen heeft lieveheersbeestje B?
Antwoord: 9
5 en 4. Of: 4 en 4 is 8, en 1 meer.
Hoeveel ogen zijn het samen?
Antwoord: 9
Hoe weet je het zonder te tellen? Schrijf het op.
Geen vast antwoord
Hoeveel eieren zitten er in doos A?
Antwoord: 8
Hoeveel plekjes zijn nog leeg in doos A?
Antwoord: 2
8 en 2 is samen 10. Dat zijn de vriendjes van 10: wie die kent, kan straks makkelijk via 10 rekenen.
Hoeveel eieren zitten er in doos B?
Antwoord: 7
Hoe zag je doos B?
A Een rij van 5 en nog 2
B 10 en 3 eraf
C Ik telde
Geen vast antwoord
A en B zijn allebei goed gezien.
Hoeveel eieren zitten er samen in de twee dozen C?
Antwoord: 16
Een volle doos is 10. Er komt 6 bij. 10 + 6 = 16.
Hoeveel eieren zijn het samen? Laat zien hoe je schuift.
Antwoord: 13
Nu 8 eieren en 5 eieren. Hoeveel eieren schuif je om de doos van 8 vol te maken?
Antwoord: 2
Hoeveel eieren zijn 8 en 5 samen?
Antwoord: 13
Hoe zie je snel dat er bovenaan 8 kralen zijn?
A 5 rood en 3 wit
B 10 en 2 eraf
C Allebei goed
Allebei goed. Het rek laat de 5 en de 10 allebei zien.
Reken 8 + 6 uit op twee manieren.
Antwoord: 14 (2 manieren)
Met 5: in de 8 zit 5 rood en 3 wit, in de 6 zit 5 rood en 1 wit. Samen 10 rood en 4 wit.
Reken 7 + 6 uit op twee manieren.
Antwoord: 13 (2 manieren)
Onderaan staan 6 kralen. Hoeveel kralen schuif je erbij om de rij vol te maken?
Antwoord: 4
Hoeveel stippen heeft beestje A?
Antwoord: 12
Hoeveel stippen heeft beestje B?
Antwoord: 14
Beestje C is bijna een dubbel. Hoeveel stippen heeft het?
Antwoord: 13
6 + 6 = 12, aan één kant 1 meer, dus 13.
Reken 6 + 7 uit op twee manieren.
Antwoord: 13 (2 manieren)
Ook goed met een dubbel: 7 + 7 = 14, 1 eraf = 13.
Hoeveel is 8 + 8?
Antwoord: 16
Dan weet je ook 8 + 9. Hoeveel is dat?
Antwoord: 17
Hoeveel is 9 + 9? Gebruik 10 + 10.
Tip: Hoeveel is 10 + 10? Hoeveel is er te veel?
Antwoord: 18
10 + 10 = 20. Aan elke kant 1 te veel, dus 2 eraf: 18.
Kies een getal van 11 tot en met 20.
Elk getal van 11 tot en met 20 is goed.
Teken je getal als stippen. Maak groepjes, zodat je het ziet zonder te tellen.
Geen vast antwoord
Hoe moet je jouw kaart zien? Schrijf het op.
Geen vast antwoord
Bijvoorbeeld: 10 en 4, of 7 en 7.
Flits je kaart voor een klasgenoot. Kon hij of zij het getal zien zonder te tellen?
A Ja
B Nee
C Bijna
Geen vast antwoord
Je weet nu veel sommen zonder te tellen. Schrijf er vier op die je nu zeker weet, en hoe je het weet.
Mijn rekenhulpjes.
Geen vast antwoord
Voorbeelden: 8 + 5 (via 10: 8 + 2 + 3), 7 + 8 (7 + 7 en 1 meer), 9 + 6 (10 + 6 en 1 eraf).