In welk vakje ligt de bron?
Antwoord: D3
Veelgemaakte fouten
- 3D: zet het cijfer voor de letter. Op deze kaart komt de letter eerst, net als bij zeeslag.
In welk vakje ligt de bron?
Antwoord: D3
Wat ligt er in vakje C2?
A De grot
B De heuvel
C Het moeras
D Het palmbos
Antwoord: B (De heuvel)
Sem staat bij het wrak. In welke richting ligt de bron?
Tip: Moet je naar boven of naar onder? Naar links of naar rechts?
A Noordoost
B Noordwest
C Zuidoost
D Zuidwest
Antwoord: A (Noordoost)
Van B5 naar D3 is naar rechts (oost) en naar boven (noord).
Noor loopt van het wrak naar de bron. Ze loopt van vakje naar vakje, nooit schuin. Door het moeras kan ze niet. Hoeveel meter loopt ze minstens?
Tip: Tel de stappen van vakje naar vakje. Elke stap is 100 meter.
Antwoord: 600 meter
6 stappen van 100 meter. Langs de noordkant (B4, B3, B2, C2, D2, D3) of langs de zuidkant (C5, D5, E5, E4, E3, D3).
Hoeveel vakjes is elke plek van de bron en van het wrak? Loop niet schuin en niet door het moeras.
Geen vast antwoord
Strand: 6 en 0. Grot: 1 en 5. Heuvel: 2 en 4.
Waar komt jullie kamp? Kies één plek. Onthoud hem goed, hij telt de komende dagen!
A Het strand
B De grot
C De heuvel
Geen vast antwoord
Er is geen goed antwoord, dus geen sleutel. De keuze werkt door op dag 2 (storm), dag 3 (water halen) en dag 4 (vertrekken).
Waarom kies je die plek? Noem een voordeel én een nadeel.
Geen vast antwoord
Een sterke uitleg weegt af ("de grot is ver van het wrak, maar water halen doe je elke dag").
Kijk naar de dobbelsteen van het weer. Welk weer komt het vaakst?
A Zon
B Regen
C Storm
Antwoord: A (Zon)
Zon hoort bij 3 van de 6 ogen, regen bij 2 en storm bij 1.
Je gooit 12 keer. Hoe vaak verwacht je ongeveer zon?
Tip: Bij hoeveel van de 6 ogen is het zon? En 12 worpen zijn 2 keer 6 worpen.
Antwoord: 6 keer
Zon bij de helft van de ogen, dus ongeveer de helft van 12. In het echt gooi je net zo goed 4 of 8 keer zon.
Houd je weerspel bij. Schrijf bij start hoeveel stammen je kamp heeft.
Geen vast antwoord
De meeste leerlingen hebben 10 stammen na 6 tot 9 dagen. Kijk of Stammen totaal klopt met de rij erboven, en of het kamp goed is verwerkt: het strand begint op 2 en gaat bij storm 1 omlaag.
Na hoeveel dagen had je 10 stammen?
Minstens 4 dagen (strand, alleen zon) of 5 (grot of heuvel). Vergelijk met klasgenoten.
Geen sleutel, het hangt van het eigen spel af.
Hoeveel regendagen had je? Onthoud dit getal, op dag 3 heb je het nodig.
Regen hoort bij 2 van de 6 ogen, dus ongeveer 1 op de 3 dagen.
Geen sleutel, het hangt van het eigen spel af.
Heeft Sem gelijk?
A Ja, na drie keer zon is storm aan de beurt.
B Nee, de dobbelsteen weet niet wat je eerder gooide.
C Ja, na elke keer zon wordt storm waarschijnlijker.
Antwoord: B (Nee, de dobbelsteen weet niet wat je eerder gooide.)
Elke worp begint opnieuw. De kans op storm is bij elke worp even groot.
Tel je fiches. Wie moest het vaakst water halen? Bespreek met je klasgenoot of dat toeval was.
Meestal liggen er ongeveer twee keer zoveel oranje als blauwe fiches. Met 20 worpen kan het ook anders uitvallen.
Op hoeveel manieren kun je 7 gooien?
Antwoord: 6 manieren
1 en 6, 2 en 5, 3 en 4, 4 en 3, 5 en 2, 6 en 1: de schuine rij van 7 in het rooster.
Bij hoeveel van de 36 worpen moet Noor water halen?
Tip: Tel in het rooster de vakjes met 5, 6, 7, 8 en 9.
Antwoord: 24 worpen
5 (4 worpen), 6 (5), 7 (6), 8 (5) en 9 (4): 4 + 5 + 6 + 5 + 4 = 24.
Bij hoeveel van de 36 worpen moet Sem water halen?
Antwoord: 12 worpen
2 (1), 3 (2), 4 (3), 10 (3), 11 (2) en 12 (1): samen 12. Of: 36 − 24 = 12.
Is Sems spel eerlijk?
A Ja, want Sem heeft meer getallen.
B Nee, Noor moet twee keer zo vaak water halen.
C Nee, Sem moet vaker water halen.
Antwoord: B (Nee, Noor moet twee keer zo vaak water halen.)
24 tegen 12 worpen. Sems getallen zijn de sommen die je weinig gooit.
Maak het spel eerlijker. Bij welke sommen haalt Noor water, en bij welke Sem?
Geen vast antwoord
Bijvoorbeeld: Noor bij een even som (2, 4, 6, 8, 10, 12), Sem bij een oneven som. Of Noor bij 2 tot en met 6 en bij 11 en 12.
Bij hoeveel van de 36 worpen haalt Noor water met jouw nieuwe regel?
Antwoord: 18 worpen
Bij elke eerlijke regel is het 18, de helft van 36. Een ander getal betekent dat de regel nog niet eerlijk is, of dat er verkeerd geteld is.
Hoeveel liter water hebben Noor en Sem samen nodig per dag?
Antwoord: 4 liter
Hoe vaak per dag moeten ze met de pan naar de bron?
Antwoord: 2 keer
4 liter, 2 liter per pan, dus 2 keer heen en terug.
Het kamp is op het strand. Hoeveel meter lopen ze per dag om water te halen? Tel heen én terug.
Tip: Kijk in je tabel van dag 1. Hoeveel vakjes is het strand van de bron?
Antwoord: 2.400 meter
6 vakjes is 600 meter heen, 1200 meter heen en terug. Twee keer per dag: 2400 meter.
Het kamp is in de grot. Hoeveel meter lopen ze dan per dag?
Antwoord: 400 meter
1 vakje: 100 meter heen, 200 heen en terug, twee keer per dag: 400 meter.
Hoeveel keer zo ver lopen ze per dag vanaf het strand als vanuit de grot?
Antwoord: 6 keer
2400 : 400 = 6. Wie het ziet, weet het al uit dag 1: 6 vakjes tegen 1 vakje.
Op regendagen vangt het zeil 3 liter water. Dan hoeven ze minder vaak naar de bron.
Noor had in haar weerspel 4 regendagen. Voor hoeveel dagen drinken is dat regenwater genoeg?
Tip: Hoeveel liter is het? En hoeveel liter drinken ze samen per dag?
Antwoord: 3 dagen
4 × 3 = 12 liter. Ze drinken samen 4 liter per dag: 12 : 4 = 3 dagen.
Kijk in je logboek van dag 2. Hoeveel liter regenwater ving jij?
Het is het aantal regendagen keer 3. Kijk of het past bij het antwoord op dag 2.
Geen sleutel, het hangt van het eigen spel af.
Noor en Sem eten elk 3 crackers per dag. Hoeveel dagen doen ze met de kist?
Antwoord: 6 dagen
Samen 6 per dag. 36 : 6 = 6 dagen.
De kist moet 9 dagen meegaan. Hoeveel crackers mag elk kind dan per dag eten?
Antwoord: 2 crackers
36 : 9 = 4 per dag voor hen samen, dus 2 per kind.
In het palmbos groeien kokosnoten. Eén kokosnoot vult net zo goed als 3 crackers.
Een verhoudingstabel. Wat onder elkaar staat, hoort bij elkaar.
Sem vindt 4 kokosnoten. Ze eten samen 4 crackers per dag. Hoeveel dagen langer hebben ze nu eten?
Tip: Maak eerst de verhoudingstabel af. Hoeveel crackers zijn 4 kokosnoten waard?
Antwoord: 3 dagen
4 kokosnoten = 12 crackers. 12 : 4 = 3 dagen langer.
Vind jij Sems verdeling eerlijk? Bedenk een verdeling die jij eerlijk vindt en leg uit waarom.
Geen vast antwoord
Er is geen goed antwoord. Goede redenen gaan over wat iemand nodig heeft (wie sjouwt, heeft meer energie nodig) en over wat Noor doet (water halen, het logboek). Het verschil tussen gelijk en eerlijk is het gesprek waard.
Hoe breed is het vlot?
Antwoord: 250 cm
10 × 25 = 250 cm, dus 2,5 meter.
Hoeveel kilo kunnen de 10 stammen samen boven water houden?
Antwoord: 100 kilo
Noor, Sem en de kist gaan mee. Hoeveel liter water mag er nog mee, zonder boven de 80 kilo te komen?
Antwoord: 10 liter
30 + 35 + 5 = 70 kilo. 80 − 70 = 10 kilo, en dat is 10 liter water.
De haven ligt in het oosten. Bij welke wind drijft het vlot vanzelf naar de haven?
A Oostenwind
B Westenwind
C Noordenwind
D Zuidenwind
Antwoord: B (Westenwind)
Een westenwind komt uit het westen en duwt naar het oosten.
Is de kans op westenwind groter of kleiner dan de kans dat je moet wachten?
A Groter
B Even groot
C Kleiner
Antwoord: C (Kleiner)
Westenwind hoort bij 2 van de 6 ogen, wachten bij 4. Je moet dus vaker wachten dan vertrekken.
Gooi elke ochtend met één dobbelsteen tot je westenwind hebt. Denk aan je kamp! Hoeveel ochtenden moest je wachten?
Meestal 1 tot 3 ochtenden; vanaf de heuvel vaak minder, vanaf het strand één meer. Het getal hoort terug te komen in het vluchtplan.
Geen sleutel, het hangt van het eigen spel af.
Dit is de zeekaart van Noor. 1 cm op de kaart is 1 km op zee. Er zijn twee routes van de oostkust naar de haven. Meet ze met je liniaal, van stip tot stip.
Hoeveel kilometer is route A?
Antwoord: 8 km
Op de kaart 8 cm. Laat de liniaal bij 0 beginnen, niet bij de rand.
Hoeveel kilometer is route B? Meet beide stukken en tel ze op.
Antwoord: 10 km
Twee stukken van 5 cm: 5 + 5 = 10 km.
Het vlot vaart 2 km per uur. Hoeveel uur duurt route A?
Antwoord: 4 uur
8 : 2 = 4 uur.
Hoeveel uur duurt route B?
Antwoord: 5 uur
10 : 2 = 5 uur. Route B is langer, maar op de zandbank kun je uitrusten.
Schrijf de laatste bladzijde van het logboek: jullie vluchtplan. Vertrek je met het vlot, of blijf je en maak je een signaal? Schrijf op wat je doet, wanneer, welke route of plek, wat er meegaat en waarom het veilig is.
Geen vast antwoord
Een plan om te blijven is net zo goed als een vlotplan, als het onderbouwd is. Route B is langer maar veiliger; route A is korter maar gaat door de stroming. Allebei te verdedigen.