Reken 38 + 25 uit op twee manieren.
Antwoord: 63 (2 manieren)
Eén som op twee of drie manieren naast elkaar, met ruimte voor de tussenstappen
Jij zet hem in een bundel in de editor, je assistent met type: tempono/ways@1.0.0. Vraag je assistent bijvoorbeeld: “Gebruik de bouwsteen Op meer manieren (tempono/ways@1.0.0) in opdracht 3.”
One sum worked out in two or three ways, side by side on the answer sheet:
a box per way where the pupil writes the steps, an answer under each, and
optionally a bubble per way for the one the pupil found handiest. Ask the
sum in the task's `prompt` ("Reken 38 + 25 uit op twee manieren.").
`ways` is the list of ways, in the order printed. Give a way a `name`
(`Via 10`, `Met dubbelen`) when the pupil must use that way; leave the
names out to let the pupil pick their own. Each way has a `model`: that way
worked out, one step per line. It is the model answer in the box and the
manual's "Stap voor stap", so the teacher sees how each way goes.
Every answer is graded against `key`: one point per way that arrives there.
The steps are not graded: the teacher reads them, because that is where the
strategy shows (a right answer by counting on looks the same as one via 10).
`choose: true` adds "Het handigst vond ik:" with a bubble per way; it is not
graded, and is a start for the talk with the pupil about why.
One way (`ways` with one item) is a sum with room for the steps: use it when
the steps matter more than the answer. For a number without steps use
`number`; for an estimate use `estimate`.
Een goed antwoord zegt weinig over hoe een leerling rekent. 8 + 7 = 15 kan via 10, met dubbelen of door door te tellen. Sterke rekenaars rekenen vaak alles uit het hoofd, of hebben een eigen omweg die ze niet kunnen uitleggen. Met deze bouwsteen maakt de leerling dezelfde som op meer manieren en schrijft de stappen op. Dan zie je de strategie op papier, en leert de leerling manieren vergelijken: welke is hier het handigst, en waarom?
Je geeft het antwoord en per manier een uitwerking: de stappen, één per regel. De uitwerking staat in het antwoordmodel in het vak van die manier. Zonder namen staat er "Manier 1" en "Manier 2" boven de vakken, en kiest de leerling zelf welke manieren.
Reken 38 + 25 uit op twee manieren.
Antwoord: 63 (2 manieren)
Geef een manier een naam als de leerling juist die manier moet gebruiken. De naam staat boven het vak. Zo oefent een leerling een strategie die hij uit zichzelf overslaat.
Reken 8 + 7 uit op drie manieren.
Antwoord: 15 (3 manieren)
Zet vraag welke manier het handigst was aan, dan staat onder de vakken een rondje per manier. De scanner kijkt dit niet na: er is geen goed of fout. Het is een begin voor het gesprek: waarom deze?
Reken 7 × 8 uit op twee manieren. Welke vond je het handigst?
Antwoord: 56 (2 manieren)
Met één manier is het een som met ruimte voor de stappen. Een eenheid staat achter het antwoord. Met hoogte maak je de vakken groter of kleiner; kies kleiner als er weinig stappen zijn.
Je koopt 6 schriften van 14 euro. Hoeveel betaal je? Laat zien hoe.
Antwoord: 84 euro
In het boekje staat alleen de vraag.
Op het antwoordblad staan de vakken naast elkaar, elk met de naam erboven en een antwoordvak eronder. Met de keuzevraag aan komt er een regel met rondjes bij.
De scanner leest elk antwoord en rekent het goed als het op het antwoord uitkomt: één per manier. De tussenstappen en het rondje kijkt hij niet na. Leest hij iets wat geen getal is, dan legt hij het aan jou voor.
In de docentweergave zie je per manier of het antwoord klopt, en het vak met de stappen ernaast. Daar zit het werk voor jou: telt de leerling door, of rekent hij echt via 10? Klopt een antwoord niet, dan zie je meteen in welke stap het misging.
Vraag de assistent om een som op meer manieren en zeg welke strategieën je wilt zien. Bijvoorbeeld:
In de bundel heet hij type: tempono/ways@1.0.0.