Je hebt 23 gulden. Je wilt zo weinig mogelijk fiches gebruiken. Hoeveel fiches heb je nodig?
Antwoord: 7 fiches
Uitwerking
4 rode (20 gulden) en 3 groene (3 gulden): 7 fiches.
Veelgemaakte fouten
- 23, omdat de leerling alleen groene fiches gebruikt.
Amsterdam was rond 1600 een van de drukste havens van Europa. Uit Danzig kwamen schepen vol graan. Uit Bergen in Noorwegen kwam gedroogde vis. En in Lissabon kochten Hollanders peper, die van de andere kant van de wereld kwam. Wie slim handelde, werd rijk.
Je hebt 23 gulden. Je wilt zo weinig mogelijk fiches gebruiken. Hoeveel fiches heb je nodig?
Antwoord: 7 fiches
4 rode (20 gulden) en 3 groene (3 gulden): 7 fiches.
Hoeveel dagen duurt de reis van Amsterdam naar Londen en dan door naar Lissabon?
Antwoord: 6 dagen
2 + 4 = 6 dagen.
Je koopt in Amsterdam een vol schip vis. Hoeveel gulden betaal je?
Antwoord: 8 gulden
Een vol schip is 4 vaten. 4 × 2 = 8 gulden.
Je verkoopt die 4 vaten vis in Lissabon. Hoeveel winst maak je op de vis?
Antwoord: 12 gulden
Route A gaat Amsterdam – Londen – Lissabon – Londen – Amsterdam. Hoeveel winst maak je?
Tip: Wat neem je mee naar Lissabon? En wat neem je mee terug?
Antwoord: 32 gulden
Route B gaat twee keer heen en terug naar Danzig: Amsterdam – Danzig – Amsterdam – Danzig – Amsterdam. Hoeveel winst maak je?
Tip: Vis gaat naar Danzig. Wat neem je mee terug?
Antwoord: 32 gulden
Na route A heb je nog 6 dagen over. Kun je daarmee nog winst maken?
A Ja, met een tocht naar Bergen en terug.
B Ja, met een tocht naar Danzig en terug.
C Nee, in 6 dagen kom je nergens met winst heen en terug.
Antwoord: C (Nee, in 6 dagen kom je nergens met winst heen en terug.)
Bruno vaart vier keer heen en weer tussen Amsterdam en Londen. Hij verdient niets. Waarom niet?
A Londen is te dichtbij om iets te verdienen.
B Londen wil geen vis. En in Londen kan hij niets kopen voor Amsterdam.
C Hij komt onderweg kapers tegen.
Antwoord: B (Londen wil geen vis. En in Londen kan hij niets kopen voor Amsterdam.)
Amsterdam verkoopt alleen vis, en Londen wil geen vis. Londen verkoopt niets. Snel varen helpt niet als je niets te ruilen hebt.
Zoek de route met de meeste winst in 18 dagen. Speel hem met je pion en de fiches, en schrijf elke haven in het kasboek.
Geen vast antwoord
Het kasboek van de beste route:
Hoeveel winst maak je met de beste route in 18 dagen? Zoek door tot je hem gevonden hebt.
Tip: Er is een route met meer dan 45 gulden winst. Zoek havens die kopen wat de vorige haven verkoopt.
Antwoord: 48 gulden
Amsterdam – Danzig – Lissabon – Londen – Amsterdam (4 + 7 + 4 + 2 = 17 dagen):
Dit is de enige route met 48 winst (alle routes zijn door de computer nagerekend). Dezelfde route met de peper verkocht in Londen geeft 44. Daarna komt 36 (eerst goedkope vis halen in Bergen, dan naar Lissabon) en een rij routes met 32, zoals route A en B. Wie 44 heeft, heeft bijna alles goed: vraag waar de peper het meeste opbrengt.
Waarom is jouw route beter dan route A en route B? Leg het uit.
Geen vast antwoord
Op een markt wil de eerste koper graag betalen. Maar hoe meer vaten van hetzelfde je brengt, hoe minder de volgende koper ervoor geeft. Het eerste vat krijgt de prijs uit ronde 1. Elk volgend vat van hetzelfde goed in dezelfde haven brengt 1 gulden minder op. Kom je later terug, dan begint de prijs weer bovenaan. Kopen kost hetzelfde als in ronde 1.
Wat je krijgt als je verkoopt, per vat. Tel de vaten op die je verkoopt.
Je verkoopt 4 vaten peper in Amsterdam. Hoeveel gulden krijg je?
Antwoord: 30 gulden
9 + 8 + 7 + 6 = 30 gulden.
Hoeveel gulden is dat minder dan in ronde 1?
Antwoord: 6 gulden
In ronde 1: 4 × 9 = 36. Nu 30. Verschil 6 gulden.
Je hebt 4 vaten peper. Je verkoopt er 1 in Londen en 3 in Amsterdam. Hoeveel gulden krijg je samen?
Antwoord: 32 gulden
Je koopt vis in Amsterdam voor 2 gulden per vat en verkoopt het in Danzig. Hoeveel vaten neem je mee voor de meeste winst?
Tip: Reken voor elk vat uit wat het oplevert min wat het kost.
A 1 vat
B 2 of 3 vaten
C 4 vaten
Antwoord: B (2 of 3 vaten)
Je verkoopt 4 vaten in Lissabon. Wat levert meer gulden op?
A 4 vaten graan
B 3 vaten graan en 1 vat vis
C Dat is evenveel
Antwoord: C (Dat is evenveel)
Graan koop je in Danzig voor 3 gulden. Vis koop je in Amsterdam voor 2 gulden. Welke lading geeft dan de meeste winst in Lissabon?
A 4 vaten graan
B 3 vaten graan en 1 vat vis
C Dat is evenveel
Antwoord: B (3 vaten graan en 1 vat vis)
Wat gebeurt er met de prijs als er veel van één goed op de markt komt?
A De prijs gaat omhoog
B De prijs gaat omlaag
C De prijs blijft hetzelfde
Antwoord: B (De prijs gaat omlaag)
Dit heet vraag en aanbod. Het woord hoeft de leerling niet te kennen; het idee wel.
Een schipper maakt 18 tochten. Hoe vaak komt hij gemiddeld kapers tegen?
Antwoord: 3 keer
Kapers bij een 2: 1 van de 6 worpen. 18 : 6 = 3 keer.
Nu ga je spelen. Begin weer in Amsterdam met 20 gulden, een leeg schip en 18 paarse fiches. Gebruik de prijzen van deze ronde en gooi bij elke tocht. Ben je na dag 18 nog niet terug in Amsterdam? Dan tellen alleen de gulden die je al hebt.
Speel 18 dagen en houd je kasboek bij.
Geen vast antwoord
Kijk of de leerling na een storm nog nagaat of hij op tijd terug kan zijn.
Wat heb je ontdekt over veel vaten van hetzelfde goed? Wat deed je daarom anders dan in ronde 1?
Geen vast antwoord
Jullie komen allebei op dezelfde dag in Amsterdam aan, ieder met 4 vaten peper. Hoeveel gulden krijgen jullie samen?
Tip: Er worden 8 vaten verkocht. Het eerste brengt 9 op, het volgende 8, enzovoort.
Antwoord: 44 gulden
9 + 8 + 7 + 6 + 5 + 4 + 3 + 2 = 44 gulden.
Jij mag beginnen. Jullie verkopen om de beurt één vat. Hoeveel gulden krijg jij?
Antwoord: 24 gulden
Jij krijgt vat 1, 3, 5 en 7: 9 + 7 + 5 + 3 = 24. Je partner krijgt 8 + 6 + 4 + 2 = 20.
Nu spreken jullie af dat één van jullie naar Amsterdam gaat en de ander naar Londen, ieder met 4 vaten peper. Hoeveel gulden krijgen jullie dan samen?
Antwoord: 56 gulden
Spel 1, tegen elkaar: speel 18 dagen en houd je eigen kasboek bij.
Geen vast antwoord
Voor spel 2: welke afspraken maken jullie? Schrijf op wie welke havens en goederen neemt, en of jullie in een konvooi varen.
Geen vast antwoord
Spel 2, samen: speel 18 dagen en houd je eigen kasboek bij.
Geen vast antwoord
Vul de winst in van allebei de spellen en tel op.
Geen vast antwoord
Wat werkte beter, samenwerken of tegen elkaar spelen? Leg uit met jullie eigen getallen.
Geen vast antwoord
Er is maar één verkoper van peper. Wat gebeurt er dan met de prijs die de kopers betalen?
A De prijs kan hoog blijven, want niemand verkoopt goedkoper.
B De prijs zakt vanzelf, want er is veel peper.
C De prijs wordt precies gelijk aan wat de boer kreeg.
Antwoord: A (De prijs kan hoog blijven, want niemand verkoopt goedkoper.)
Eén verkoper heet een monopolie. Het woord hoeft niet; het idee wel. Leg de link met het spel. Bij spreiden verdienden de kooplieden samen meer; de kopers betaalden dat verschil.
Peper groeide in India en op eilanden als Sumatra en Java. Een koopman uit Amsterdam kwam daar vroeger nooit. Een zakje peper ging van hand tot hand: over zee, met kamelen door de woestijn, en weer over zee. Zo'n reis duurde vaak meer dan een jaar. Elke handelaar nam een risico, en wilde er iets aan verdienen.
Kleine bedragen rekende je in stuivers. 20 stuivers is 1 gulden.
Elke handelaar verkoopt het zakje voor het dubbele van wat hij betaalde. Voor hoeveel stuivers verkoopt handelaar 4 het zakje aan Lucia?
Antwoord: 16 stuivers
1, 2, 4, 8, 16 stuivers: elke handelaar verdubbelt.
Hoeveel stuivers verdient handelaar 4 aan één zakje? En hoeveel verdient de boer?
Tip: Wat betaalde handelaar 4 zelf? De boer kreeg 1 stuiver.
A Handelaar 4 verdient 8 stuivers, de boer 1 stuiver.
B Handelaar 4 verdient 16 stuivers, de boer 1 stuiver.
C Ze verdienen allebei evenveel.
Antwoord: A (Handelaar 4 verdient 8 stuivers, de boer 1 stuiver.)
Handelaar 4 koopt voor 8 en verkoopt voor 16: hij verdient 8 stuivers. De boer krijgt 1 stuiver voor al het werk op het land.
Lucia verkoopt het zakje in Amsterdam voor 20 stuivers. Hoeveel keer zo veel is dat als wat de boer kreeg?
Antwoord: 20 keer zo veel
De boer kreeg 1 stuiver, de koper in Amsterdam betaalt 20 stuivers: 20 keer zo veel. Dat is precies 1 gulden.
In 1595 voeren vier Hollandse schepen voor het eerst zelf naar Azië. Zonder tussenhandelaars zou de peper veel goedkoper zijn. Er gingen ongeveer 250 zeelieden mee. Na ruim twee jaar kwamen er ongeveer 90 terug. De anderen stierven onderweg, vooral aan ziektes.
Hoeveel zeelieden kwamen er ongeveer niet terug?
Antwoord: 160 zeelieden
250 − 90 = 160 zeelieden.
In het echt 249 en 87. Veel zeelieden stierven aan scheurbuik (te weinig vitamine C), aan andere ziektes en in gevechten.
Welke zin klopt het best voor deze reis?
A Ongeveer 1 van de 3 zeelieden kwam terug.
B Ongeveer 2 van de 3 zeelieden kwamen terug.
C Bijna alle zeelieden kwamen terug.
Antwoord: A (Ongeveer 1 van de 3 zeelieden kwam terug.)
90 van de 250 is iets meer dan een derde: 3 × 90 = 270, bijna 250. Dus ongeveer 1 van de 3.
Wie verdiende aan de peper en de nootmuskaat, en wie betaalde een prijs? Vul de tabel in.
Geen vast antwoord
Een mogelijke invulling:
Waarom was peper zo duur? En wie heeft gelijk, Bruno of Tomas? Gebruik het spel en wat je in deze ronde las.
Geen vast antwoord