Zo werkt mijn rekendagboek 20 min
Oefen eerst met drie sommen. Gebruik bij elke som de twee manieren die erboven staan.
1Reken 352 + 199 uit op twee manieren. Welke vond je het handigst?
Antwoord: 551 (2 manieren)
2Reken 503 − 497 uit op twee manieren. Welke vond je het handigst?
Antwoord: 6 (2 manieren)
Toelichting
Aanvullen is hier veel sneller, omdat de getallen dicht bij elkaar liggen. Vraag wanneer weghalen juist handiger is (503 − 7).
3Reken 8 × 25 uit op twee manieren. Welke vond je het handigst?
Antwoord: 200 (2 manieren)
4Kies één van de drie sommen. Waarom was jouw manier daar het handigst?
Geen vast antwoord
Beoordelingscriteria
- Noemt iets van de getallen (dicht bij elkaar, bijna een rond getal, een dubbele)
- Niet alleen "die ken ik", maar waarom die bij deze som past
Dagboekbladzijde 1 20 min
5Een som die ik lastig vond.
Geen vast antwoord
6Een som die ik makkelijk vond.
Geen vast antwoord
7Een som waar ik over twijfelde.
Geen vast antwoord
8Welke manier was bij elke som het handigst? Schrijf de naam op en waarom.
Uitwerking
Kijk of de leerling een naam uit de lijst gebruikt, en of het waarom over de getallen gaat.
9Reken 298 + 135 uit op twee manieren. Welke vond je het handigst?
Antwoord: 433 (2 manieren)
Dagboekbladzijde 2 20 min
10Som 1 uit mijn rekenboek.
Geen vast antwoord
11Som 2 uit mijn rekenboek.
Geen vast antwoord
12Som 3, met een manier die ik op bladzijde 1 niet gebruikte.
Geen vast antwoord
13Welke manier was bij elke som het handigst? Schrijf de naam op en waarom.
Geen vast antwoord
14Reken 7 × 19 uit op twee manieren. Welke vond je het handigst?
Antwoord: 133 (2 manieren)
Veelgemaakte fouten
- 139: de leerling haalt er 1 af in plaats van 7. Er gaat één keer 7 af, niet één.
Dagboekbladzijde 3 20 min
15Som 1 uit mijn rekenboek.
Geen vast antwoord
16Som 2 uit mijn rekenboek.
Geen vast antwoord
17Som 3, waarbij mijn tweede manier het handigst was.
Geen vast antwoord
18Welke manier was bij elke som het handigst? Schrijf de naam op en waarom.
Geen vast antwoord
19Reken 402 − 397 uit op twee manieren. Welke vond je het handigst?
Antwoord: 5 (2 manieren)
Dagboekbladzijde 4 20 min
20Som 1 uit mijn rekenboek.
Geen vast antwoord
21Som 2 uit mijn rekenboek.
Geen vast antwoord
Geen vast antwoord
23Welke manier was bij elke som het handigst? Schrijf de naam op en waarom.
Geen vast antwoord
24Reken 72 gedeeld door 4 uit op twee manieren. Welke vond je het handigst?
Antwoord: 18 (2 manieren)
25Blader door je dagboek. Welke manier koos je het vaakst? Welke manier wil je vaker proberen, en bij wat voor som?
Geen vast antwoord
Beoordelingscriteria
- Noemt een manier die de leerling vaak kiest
- Noemt een manier om te oefenen, met een passend soort som