tempono
Bibliotheek/De voerronde/Docentweergave

Opslaan met een account

Met een gratis account sla je deze bundel op in je eigen materiaal: afdrukken, aanpassen en de antwoorden van je leerlingen nakijken.

De voerronde

Groep 4 · rekenen · Delen bij de tafels · 180 min

1. Eerlijk verdelen of bakjes vullen 45 min

FennadierverzorgerGoedemorgen!IkbenFenna.Ikgeefdedierenelkedageten,envandaaghelpjijmee.Allesmoeteerlijk,anderskrijgjeruzieinhethok.
FennadierverzorgerWebeginnenbijdepinguïns.Erzijn3pinguïnsenikheb12visjes.Ikdeelzeuit,éénvooréén,totdeemmerleegis.
12visjesvoor3pinguïns
1

Hoeveel visjes krijgt elke pinguïn?

4

Antwoord: 4

FennadierverzorgerNudewortelsvoordekonijnen.Ikheb20wortels,eninelkbakjegaaner5.Ikvuleenbakje,ennogeen,totdewortelsopzijn.
2

Hoeveel bakjes vult Fenna met 20 wortels?

4

Antwoord: 4

Toelichting

Hier zoek je niet hoeveel er in een bakje gaat (dat weet je al: 5), maar hoeveel bakjes het worden. De som is 20 : 5 = 4.

3

Bij de pinguïns en bij de konijnen is het antwoord 4. Wat is het verschil?

A Bij de pinguïns zoek je hoeveel ieder krijgt, bij de konijnen hoeveel bakjes het worden

B Bij de pinguïns is het een keersom, bij de konijnen een deelsom

C Er is geen verschil

ABC

Antwoord: A (Bij de pinguïns zoek je hoeveel ieder krijgt, bij de konijnen hoeveel bakjes het worden)

Doorvragen

  • Welke deelsom hoort bij de pinguïns? (12 : 3) En bij de konijnen? (20 : 5)

Bij eerlijk verdelen weet je hoeveel dieren er zijn. Bij bakjes vullen weet je hoeveel er in één bakje gaat. Allebei schrijf je als deelsom: 12 : 3 = 4 en 20 : 5 = 4.

Voerbriefje•15bananeneerlijkverdelenover3apen•30nootjes,10inelkzakje•8appelseerlijkverdelenover2olifanten•25blaadjes,5inelkebak•18zaadjeseerlijkverdelenover2papegaaien•40korrels,4inelkbakje
4

Schrijf bij elke regel van het voerbriefje de deelsom en het antwoord. Zet erachter: V (eerlijk verdelen) of B (bakjes vullen).

VoerDeelsomAntwoordVofB?BananenNootjesAppelsBlaadjesZaadjesKorrels

Uitwerking

  • Bananen: 15 : 3 = 5, V
  • Nootjes: 30 : 10 = 3, B
  • Appels: 8 : 2 = 4, V
  • Blaadjes: 25 : 5 = 5, B
  • Zaadjes: 18 : 2 = 9, V
  • Korrels: 40 : 4 = 10, B

Doorvragen

  • Hoe rekende je 40 : 4 uit? Heb je echt tien bakjes geteld?
5

Reken 15 : 3 uit op twee manieren. Deel eerst uit (3 bananen per ronde, hoeveel rondes?). Denk daarna aan een keersom: ? × 3 = 15.

Uitdelen=Terugnaardekeersom=Hethandigstvondik:UitdelenTerugnaardekeersom3,6,9,12,155rondesvan3dusieder55?×3=155×3=15dus15:3=55

Antwoord: 5 (2 manieren)

Uitdelen=Terugnaardekeersom=Hethandigstvondik:UitdelenTerugnaardekeersom3,6,9,12,155rondesvan3dusieder55?×3=155×3=15dus15:3=55

Toelichting

Uitdelen kost hier vijf rondes. Wie de tafel van 3 kent, is met de keersom in één stap klaar. Juist dat verschil moet de leerling hier zelf merken.

ExtraklusBedenkzelfeenvoerverhaalbijdesom24:4.Maakeréénovereerlijkverdelenenéénoverbakjesvullen.Schrijfzeopjekladpapier.

2. Terug naar de keersom 45 min

FennadierverzorgerTellengaatgoed,maarhetduurtlang.Ikdoehetanders.Bij20:4denkikaandetafelvan4.Welkgetalkeer4is20?Datis5.Klaar!
4rijenvan5wortels

Kijk naar de wortels. Je ziet 4 rijen van 5, dus 4 × 5 = 20. Maar je ziet ook 5 × 4 = 20, 20 : 4 = 5 en 20 : 5 = 4. Dat is een sommenfamilie: vier sommen bij één plaatje.

6

Maak de sommenfamilies af. Schrijf bij elke keersom de andere drie sommen.

KeersomAnderekeersomDeelsomAnderedeelsom3×6=185×7=354×8=32

Uitwerking

  • 6 × 3 = 18, 18 : 3 = 6, 18 : 6 = 3
  • 7 × 5 = 35, 35 : 5 = 7, 35 : 7 = 5
  • 8 × 4 = 32, 32 : 4 = 8, 32 : 8 = 4

Veelgemaakte fouten

  • 18 : 6 = 3 lijkt voor sommige leerlingen nieuw, omdat de tafel van 6 nog niet gekend is. De familie laat zien dat je hem tóch weet.
7

Fenna heeft 35 vissen voor 5 zeehonden. Welke keersom helpt je?

A 7 × 5 = 35

B 5 + 30 = 35

C 35 − 5 = 30

ABC

Antwoord: A (7 × 5 = 35)

8

Hoeveel vissen krijgt elke zeehond?

7

Antwoord: 7

9

24 brokjes voor geiten, 3 in elk bakje. Reken 24 : 3 uit op twee manieren.

Bakjesvullen=Terugnaardekeersom=Hethandigstvondik:BakjesvullenTerugnaardekeersom3,6,9,12,15,18,21,248bakjes8?×3=248×3=24dus24:3=88

Antwoord: 8 (2 manieren)

Bakjesvullen=Terugnaardekeersom=Hethandigstvondik:BakjesvullenTerugnaardekeersom3,6,9,12,15,18,21,248bakjes8?×3=248×3=24dus24:3=88

Toelichting

Tellen in stappen van 3 kost acht stappen en is foutgevoelig. Een leerling die de tafel van 3 nog niet vlot kent, mag tellen; vraag dan welke stappen hij of zij al uit het hoofd wist.

Voerbriefje van de stagiair•40:5=9,want9×5=40•16:4=4,want4×4=16•27:3=8,want8×3=27
10

Twee sommen op het briefje van de stagiair zijn fout. Welke sommen kloppen niet?

A De eerste en de derde

B De eerste en de tweede

C De tweede en de derde

ABC

Antwoord: A (De eerste en de derde)

Uitwerking

9 × 5 = 45, niet 40: 40 : 5 = 8. En 8 × 3 = 24, niet 27: 27 : 3 = 9. De tweede som klopt.

Toelichting

De stagiair gebruikt de goede manier, maar kent de keersom niet goed. Laat de leerling de keersom nakijken met de tafel.

11

Schrijf de twee foute sommen goed op, met de keersom erachter.

Uitwerking

40 : 5 = 8, want 8 × 5 = 40. 27 : 3 = 9, want 9 × 3 = 27.

ExtraklusMetdekeersom4×5=20kunjeviersommenmaken.Hoeveelsommenmaakjemet5×5=25?Leguitwaaromheterminderzijn.

3. Slimme voertrucs 45 min

FennadierverzorgerIkheb32appelsvoor4olifanten.Detafelvan4keniknietzogoed.Maarikweeteentruc:ikverdeeleerstovertweegroepjes,endanelkgroepjenogeensintweeën.
321616dehelftdehelft????Tweekeerhalveren
12

Hoeveel appels krijgt elke olifant? Halveer 32, en halveer dan nog een keer.

8

Antwoord: 8

13

Waarom mag je bij delen door 4 twee keer halveren?

A Omdat 4 hetzelfde is als 2 groepjes van 2

B Omdat 4 een even getal is

C Omdat je bij delen altijd mag halveren

ABC

Antwoord: A (Omdat 4 hetzelfde is als 2 groepjes van 2)

Toelichting

B klinkt goed, maar bij : 6 werkt twee keer halveren niet, terwijl 6 ook even is. Het gaat erom dat 4 = 2 × 2.

FennadierverzorgerEnbijdegiraffengebruikikdetafelvan10.30blaadjesvoor5giraffen?Alshet10giraffenwaren,kreegieder3.Maar5isdehelftvan10,duskrijgtiederhetdubbele:6.
14

Reken uit met de truc van Fenna: 40 : 5

Tip: Hoeveel is 40 : 10? Neem daarvan het dubbele.

8

Antwoord: 8

Uitwerking

40 : 10 = 4, het dubbele is 8. Controle: 8 × 5 = 40.

Veelgemaakte fouten

  • 2: de leerling halveert in plaats van verdubbelt. Vraag: krijgt ieder dier méér of minder als er minder dieren zijn?
15

Reken 50 : 5 uit op twee manieren.

Viadetafelvan10=Terugnaardekeersom=Hethandigstvondik:Viadetafelvan10Terugnaardekeersom50:10=5hetdubbelevan5is1010?×5=5010×5=5010

Antwoord: 10 (2 manieren)

Viadetafelvan10=Terugnaardekeersom=Hethandigstvondik:Viadetafelvan10Terugnaardekeersom50:10=5hetdubbelevan5is1010?×5=5010×5=5010
16

Welke manier is het handigst? Schrijf erbij: H (halveren), T (via de tafel van 10) of K (keersom die je al weet). Reken ook uit.

SomAntwoordH,TofK?28:420:518:221:336:445:5

Uitwerking

  • 28 : 4 = 7: H (28, 14, 7) of K (7 × 4)
  • 20 : 5 = 4: T (20 : 10 = 2, dubbel 4) of K
  • 18 : 2 = 9: H, de helft van 18
  • 21 : 3 = 7: K (7 × 3 = 21); halveren en de tafel van 10 werken hier niet
  • 36 : 4 = 9: H (36, 18, 9)
  • 45 : 5 = 9: K (9 × 5 = 45); via 10 kan ook, maar 45 : 10 gaat niet precies

Doorvragen

  • Bij welke som werkte geen truc? Wat deed je toen?
  • Bij 45 : 5 kun je wel denken 4 en een half, dubbel is 9. Laat een leerling die dat ziet het uitleggen, maar maak het geen doel.
ExtraklusWerkthalverenookvoorgetallenbuitendetafels?Reken48:4en64:4uitdoortehalveren.Controleermeteenkeersom.

4. Jouw voerschema 45 min

FennadierverzorgerMorgenishetmijnvrijedag.Kunjijhetvoerschemamaken?Danweetmijncollegaprecieshoeveelelkdierkrijgt.
DierenHoeveeldierenVoerPinguïns436visjesKonijnen545wortelsApen214bananenZeehonden1070vissenOlifanten440appelsKippen327graankorrels
17

Maak het voerschema. Schrijf bij elk dier de deelsom, hoeveel ieder dier krijgt, en welke manier je gebruikte.

DierenDeelsomIederkrijgtManierPinguïnsKonijnenApenZeehondenOlifantenKippen

Uitwerking

  • Pinguïns: 36 : 4 = 9 (halveren: 18, 9)
  • Konijnen: 45 : 5 = 9 (keersom: 9 × 5)
  • Apen: 14 : 2 = 7 (halveren)
  • Zeehonden: 70 : 10 = 7 (keersom: 7 × 10)
  • Olifanten: 40 : 4 = 10 (halveren: 20, 10; of keersom 10 × 4)
  • Kippen: 27 : 3 = 9 (keersom: 9 × 3)

Beoordelingscriteria

  • Elke deelsom past bij het dier (voer gedeeld door het aantal dieren)
  • De antwoorden kloppen
  • De manier past bij de getallen (geen tellen in stappen waar een keersom of truc sneller is)
18

Fenna's collega wil het zeker weten. Hoe controleer je met een keersom dat 36 : 4 = 9 klopt?

A 9 × 4 = 36

B 36 − 4 = 32

C 9 + 4 = 13

ABC

Antwoord: A (9 × 4 = 36)

19

Schrijf jouw voerregel. Wanneer halveer je? Wanneer gebruik je de tafel van 10? Wanneer denk je aan een keersom? Geef bij elke manier een voorbeeld.

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • Halveren: bij delen door 2 of 4 (en een getal dat je makkelijk halveert), met een passend voorbeeld
  • Tafel van 10: bij delen door 5 (of 10) en een tiental, met een passend voorbeeld
  • Keersom: als je de tafel kent, of als geen truc past (zoals bij : 3), met een passend voorbeeld
20

Bedenk twee voerverhalen voor een klasgenoot: één over eerlijk verdelen en één over bakjes vullen. Schrijf de deelsom en het antwoord erbij.

SoortMijnvoerverhaalDeelsomAntwoordEerlijkverdelenBakjesvullen

Geen vast antwoord

Toelichting

Laat een klasgenoot de verhalen oplossen en zeggen welke soort het is. Kwam dat overeen met de bedoeling van de maker?

Beoordelingscriteria

  • Het eerste verhaal gaat over verdelen over dieren (je weet hoeveel dieren), het tweede over bakjes vullen (je weet hoeveel er in een bakje gaat)
  • De deelsommen gaan precies op en de antwoorden kloppen
ExtraklusErkomteennieuwdierindedierentuin:6stokstaartjes.Fennaheeft30meelwormen.Detafelvan6hebjenognietgehad.Hoekomjetochaanhetantwoord?Schrijftweemanierenop.