tempono

Opslaan met een account

Met een gratis account sla je deze bundel op in je eigen materiaal: afdrukken, aanpassen en de antwoorden van je leerlingen nakijken.

De rekenrechtbank

Groep 5 · rekenen · Rekenen en redeneren · 225 min

Zaak 1: goed, maar omslachtig 45 min

VeraverslaggevervanDeRekenkoerierWelkomindeRekenrechtbank!Hierstaangeenmensenterecht,maaruitwerkingen.Jijbentderechter.IkschrijfoverelkezaakinDeRekenkoerier.
Zooordeeltderechter•Klopthetantwoord?Rekenhetzelfna.•Kloptdemanier?Ishijgoedenhandig,kanhethandiger,zitereenfoutin,ofisergeenechtemanier?•Kanhethandiger?Laatdanzienhoe.
Bewijsstuk A: het werk van Mila298+146=?200+100=30090+40=1308+6=14300+130+14=444
1

Klopt het antwoord van Mila?

A Ja, het antwoord klopt

B Nee, het antwoord klopt niet

AB

Antwoord: A (Ja, het antwoord klopt)

2

Wat vind je van de manier van Mila?

A Goed en handig

B Goed, maar het kan handiger

C Er zit een fout in

D Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier

ABCD

Antwoord: B (Goed, maar het kan handiger)

Toelichting

Splitsen werkt altijd, maar bij 298 ligt een rond getal vlakbij.

3

Reken 298 + 146 handiger uit. Schrijf je stappen op.

Tip: 298 is bijna 300.

Handiger=300+146=446446−2=444444

Antwoord: 444

Handiger=300+146=446446−2=444444

Veelgemaakte fouten

  • 448: de leerling doet + 2 in plaats van − 2.
Bewijsstuk B: het werk van Daan7×49=?49+49=9898+49=147147+49=196196+49=245245+49=294294+49=343
4

Klopt het antwoord van Daan?

A Ja, het antwoord klopt

B Nee, het antwoord klopt niet

AB

Antwoord: A (Ja, het antwoord klopt)

5

Wat vind je van de manier van Daan?

A Goed en handig

B Goed, maar het kan handiger

C Er zit een fout in

D Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier

ABCD

Antwoord: B (Goed, maar het kan handiger)

6

Reken 7 × 49 handiger uit. Schrijf je stappen op.

Handiger=7×50=350350−7=343343

Antwoord: 343

Handiger=7×50=350350−7=343343

Toelichting

Ook goed: 7 × 40 + 7 × 9 = 280 + 63 = 343. Korter dan zeven keer optellen, al is 7 × 50 − 7 het kortst.

Veelgemaakte fouten

  • 349: de leerling haalt 1 eraf in plaats van 7 (één 49 is 1 minder dan 50, maar het zijn er zeven).
VeraverslaggevervanDeRekenkoerierDaanisboos.Hijzegt:mijnmanierisgoed,wantmijnantwoordklopt!
7

Wat zeg jij als rechter tegen Daan?

A Je hebt gelijk, Daan: alleen het antwoord telt.

B Je antwoord klopt. Met een handigere manier ben je sneller klaar en maak je minder snel een fout.

C Je manier is fout, Daan.

ABC

Antwoord: B (Je antwoord klopt. Met een handigere manier ben je sneller klaar en maak je minder snel een fout.)

Doorvragen

  • Hoeveel sommen maakte Daan? En hoeveel jij? Waar kan het bij Daan het makkelijkst misgaan?
ExtrauitdagingNogeenzaakvoorderechter.Hoerekenje4×199uitinmaartweestappen?

Zaak 2: slim, maar fout 45 min

VeraverslaggevervanDeRekenkoerierVandaagdrienieuwezaken.Demanierenzienerslimuit.Maarzijnzeookgoed?
Bewijsstuk C: het werk van Sara403−198=?198isbijna200.403−200=203Endannog2eraf:201
8

Klopt het antwoord van Sara?

A Ja, het antwoord klopt

B Nee, het antwoord klopt niet

AB

Antwoord: B (Nee, het antwoord klopt niet)

9

Wat vind je van de manier van Sara?

A Goed en handig

B Goed, maar het kan handiger

C Er zit een fout in

D Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier

ABCD

Antwoord: C (Er zit een fout in)

Toelichting

Het idee (afronden naar 200) is slim. De fout zit in de laatste stap.

10

Verbeter het werk van Sara. Gebruik haar slimme idee.

Verbeterd=403−200=203Ikhaalde2teveelweg.203+2=205205

Antwoord: 205

Verbeterd=403−200=203Ikhaalde2teveelweg.203+2=205205

Veelgemaakte fouten

  • 201: de leerling neemt Sara's fout over.
Bewijsstuk D: het werk van Ravi6×99=?99isbijna100.6×100=600Dan1eraf:599
11

Klopt het antwoord van Ravi?

A Ja, het antwoord klopt

B Nee, het antwoord klopt niet

AB

Antwoord: B (Nee, het antwoord klopt niet)

12

Hoeveel is 6 × 99 echt?

594

Antwoord: 594

13

Leg aan Ravi uit hoeveel hij eraf moet halen, en waarom.

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • Zegt dat er 6 eraf moet (niet 1)
  • Zegt waarom: elke 99 is 1 minder dan 100, en het zijn er 6
Bewijsstuk E: het werk van Lotte25×8=?25×4=1008ishetdubbelevan4,dushetdubbelevan100:200
14

Klopt het antwoord van Lotte?

A Ja, het antwoord klopt

B Nee, het antwoord klopt niet

AB

Antwoord: A (Ja, het antwoord klopt)

15

Wat vind je van de manier van Lotte?

A Goed en handig

B Goed, maar het kan handiger

C Er zit een fout in

D Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier

ABCD

Antwoord: A (Goed en handig)

Toelichting

Niet elke verdachte is schuldig. Kiest de leerling B, vraag dan hoe het nog korter zou kunnen.

16

Wat ging er mis bij Sara en bij Ravi?

A Ze rekenden te veel uit het hoofd.

B Ze rondden goed af, maar deden daarna het verkeerde met het verschil.

C Afronden is altijd fout.

ABC

Antwoord: B (Ze rondden goed af, maar deden daarna het verkeerde met het verschil.)

Doorvragen

  • Hoe kun je na het afronden controleren wat je moet doen? (Schatten, of een kleine som als voorbeeld nemen.)
ExtrauitdagingMaakzelfeenslimmemaarfouteuitwerkingvoor512−299,zodatheterbijnagoeduitziet.Geefhemaaneenklasgenoot.Vindtdiedefout?

Zaak 3: goed gegokt? 45 min

VeraverslaggevervanDeRekenkoerierVandaaglijktallesgoed.Maareengoederechterwilookwetenhoeiemandhetweet.
Bewijsstuk F: het werk van Jesse48:4=?Ikteldecijfersvan48op:4+8=12
17

Klopt het antwoord van Jesse?

A Ja, het antwoord klopt

B Nee, het antwoord klopt niet

AB

Antwoord: A (Ja, het antwoord klopt)

18

Jesse gebruikt zijn regel ook bij 63 : 3. Welk antwoord geeft hij dan?

9

Antwoord: 9

19

Hoeveel is 63 : 3 echt?

21

Antwoord: 21

20

Wat vind je nu van de manier van Jesse?

A Goed en handig

B Goed, maar het kan handiger

C Er zit een fout in

D Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier

ABCD

Antwoord: D (Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier)

Toelichting

Eén voorbeeld waarbij een regel niet werkt, is genoeg om te laten zien dat de regel niet klopt.

Bewijsstuk G: het werk van Noa640:8=80Datzagikgewoon.
21

Wat vind je van de manier van Noa?

A Goed en handig

B Goed, maar het kan handiger

C Er zit een fout in

D Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier

ABCD

Antwoord: D (Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier)

22

Noa heeft gelijk, maar de rechter wil bewijs. Laat zien dat 640 : 8 = 80 klopt.

Bewijs=8×80=640dus640:8=8080

Antwoord: 80

Bewijs=8×80=640dus640:8=8080

Toelichting

Ook goed: 64 : 8 = 8, en 640 is tien keer zo veel, dus 80. Een keersom als controle is een prima bewijs.

Bewijsstuk H: het werk van Finn513−298=315Uitmijnhoofd.
23

Schat eerst. Kan 315 kloppen?

A Ja: 513 − 298 is ongeveer 300.

B Nee: 513 − 298 is ongeveer 500 − 300 = 200.

C Dat kun je met schatten niet zien.

ABC

Antwoord: B (Nee: 513 − 298 is ongeveer 500 − 300 = 200.)

24

Reken 513 − 298 uit op twee manieren.

Via300=Aanvullen=Hethandigstvondik:Via300Aanvullen513−300=213213+2=215215298+2=300300+213=5132+213=215215

Antwoord: 215 (2 manieren)

Via300=Aanvullen=Hethandigstvondik:Via300Aanvullen513−300=213213+2=215215298+2=300300+213=5132+213=215215

Veelgemaakte fouten

  • 211: na − 300 nog 2 eraf (de fout van Sara).
25

Waarom wil de rechter een manier zien, ook als het antwoord goed is?

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • Zegt dat een goed antwoord ook toevallig of gegokt kan zijn (zoals bij Jesse)
  • Zegt dat je met een manier kunt nakijken, of fouten kunt vinden (zoals bij Finn)
ExtrauitdagingSomskloptderegelvanJessewél.Zoeknoganderedeelsommenwaarbijdecijfersoptellenhetgoedeantwoordgeeft.Ziejeeenpatroon?

Zaak 4: twee advocaten 45 min

VeraverslaggevervanDeRekenkoerierEenbijzonderezaak:tweeadvocaten,BasenIris.Zehebbenallebeieengoedemanier,enzevindenallebeidatdievanhendebesteis.
Bewijsstukken I: 5 × 68Bas:5×60=300en5×8=40.Samen340.Iris:10×68=680.Dehelftdaarvanis340.
26

Reken 5 × 68 uit zoals Bas en zoals Iris.

ZoalsBas=ZoalsIris=Hethandigstvondik:ZoalsBasZoalsIris5×60=3005×8=40300+40=34034010×68=680680:2=340340

Antwoord: 340 (2 manieren)

ZoalsBas=ZoalsIris=Hethandigstvondik:ZoalsBasZoalsIris5×60=3005×8=40300+40=34034010×68=680680:2=340340
27

Bij welke som is de manier van Iris (keer 10, dan de helft) extra handig?

A 5 × 46

B 3 × 46

C 4 × 46

ABC

Antwoord: A (5 × 46)

Toelichting

Keer 5 is de helft van keer 10. Bij keer 3 of keer 4 werkt de truc van Iris niet zo.

Bewijsstukken J: 999 − 456Bas:cijfervoorcijfer:9−4=5,9−5=4,9−6=3.Dus543.Iris:1000−456=544,en1eraf,want999is1minder:543.
28

Reken 999 − 456 uit zoals Bas en zoals Iris.

ZoalsBas=ZoalsIris=Hethandigstvondik:ZoalsBasZoalsIris9−4=59−5=49−6=35431000−456=544544−1=543543

Antwoord: 543 (2 manieren)

ZoalsBas=ZoalsIris=Hethandigstvondik:ZoalsBasZoalsIris9−4=59−5=49−6=35431000−456=544544−1=543543

Toelichting

Bij 999 hoeft er niets geleend te worden, dus cijfer voor cijfer is hier snel en veilig. Een mooie zaak waarin de truc niet wint.

Bewijsstukken K: 72 : 4Bas:72:2=36,en36:2=18.Iris:40:4=10en32:4=8.Samen18.
29

Reken 72 : 4 uit zoals Bas en zoals Iris.

ZoalsBas=ZoalsIris=Hethandigstvondik:ZoalsBasZoalsIris72:2=3636:2=181840:4=1032:4=810+8=1818

Antwoord: 18 (2 manieren)

ZoalsBas=ZoalsIris=Hethandigstvondik:ZoalsBasZoalsIris72:2=3636:2=181840:4=1032:4=810+8=1818
30

Wat is het oordeel van de rechter als twee manieren allebei goed zijn?

A De kortste manier wint altijd.

B Allebei goed. Welke het handigst is, hangt af van de getallen en van wat jij goed kent.

C De manier die de juf of meester uitlegde, is de goede.

ABC

Antwoord: B (Allebei goed. Welke het handigst is, hangt af van de getallen en van wat jij goed kent.)

ExtrauitdagingBedenkeenkeersomtot1000waarbijdemaniervanBashandigerisdandievanIris,eneenwaarbijhetandersomis.

Jouw eigen zaak 45 min

VeraverslaggevervanDeRekenkoerierMijnkrantwileennieuwezaak.Jijmaakthem!Kieseensomtot1000enschrijfereenuitwerkingbijvaneenverzonnenkind.
ZomaakjeeengoedezaakKieséénsoortzaak:•goed,maaromslachtig•slim,maarfout•goed,maartoevalligofzonderbewijsMaakhetniettemakkelijk.Defoutmagnietmeteenopvallen.
31

Schrijf je zaak: de som, en de uitwerking van het verzonnen kind, met alle stappen.

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • De som blijft tot 1000 en de uitwerking is volledig
  • Het past bij één van de drie soorten zaken
  • De fout of de omweg is niet meteen te zien
32

Schrijf jouw eigen oordeel over de zaak.

VraagMijnoordeelKlopthetantwoord?Kloptdemanier?Zokanhethandigerofbeter

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • Het oordeel past bij de zaak die de leerling maakte
  • De verbetering is goed en korter of juister dan de uitwerking
33

Geef je zaak aan een klasgenoot. Schrijf op wat die als rechter zei. Was dat hetzelfde als jouw oordeel?

Geen vast antwoord

Toelichting

Zonder klasgenoot kunt u zelf de rechter zijn. Doe dan af en toe expres een verkeerd oordeel, en laat de leerling u overtuigen.

34

Schrijf een kort verslag voor De Rekenkoerier over jouw zaak. Bedenk een kop en schrijf drie zinnen.

Geen vast antwoord

Beoordelingscriteria

  • Een kop die zegt waar de zaak over gaat
  • Drie zinnen die vertellen wat er gebeurde en wat het oordeel was
ExtrauitdagingMaakeenzaakdiezómoeilijkisdatVerahemnognooitheeftgezien.Eenuitwerkingmettweefoutendieelkaaropheffen,zodathetantwoordtochklopt!