Klopt het antwoord van Mila?
A Ja, het antwoord klopt
B Nee, het antwoord klopt niet
Antwoord: A (Ja, het antwoord klopt)
Klopt het antwoord van Mila?
A Ja, het antwoord klopt
B Nee, het antwoord klopt niet
Antwoord: A (Ja, het antwoord klopt)
Wat vind je van de manier van Mila?
A Goed en handig
B Goed, maar het kan handiger
C Er zit een fout in
D Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier
Antwoord: B (Goed, maar het kan handiger)
Splitsen werkt altijd, maar bij 298 ligt een rond getal vlakbij.
Reken 298 + 146 handiger uit. Schrijf je stappen op.
Tip: 298 is bijna 300.
Antwoord: 444
Klopt het antwoord van Daan?
A Ja, het antwoord klopt
B Nee, het antwoord klopt niet
Antwoord: A (Ja, het antwoord klopt)
Wat vind je van de manier van Daan?
A Goed en handig
B Goed, maar het kan handiger
C Er zit een fout in
D Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier
Antwoord: B (Goed, maar het kan handiger)
Reken 7 × 49 handiger uit. Schrijf je stappen op.
Antwoord: 343
Ook goed: 7 × 40 + 7 × 9 = 280 + 63 = 343. Korter dan zeven keer optellen, al is 7 × 50 − 7 het kortst.
Wat zeg jij als rechter tegen Daan?
A Je hebt gelijk, Daan: alleen het antwoord telt.
B Je antwoord klopt. Met een handigere manier ben je sneller klaar en maak je minder snel een fout.
C Je manier is fout, Daan.
Antwoord: B (Je antwoord klopt. Met een handigere manier ben je sneller klaar en maak je minder snel een fout.)
Klopt het antwoord van Sara?
A Ja, het antwoord klopt
B Nee, het antwoord klopt niet
Antwoord: B (Nee, het antwoord klopt niet)
Wat vind je van de manier van Sara?
A Goed en handig
B Goed, maar het kan handiger
C Er zit een fout in
D Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier
Antwoord: C (Er zit een fout in)
Het idee (afronden naar 200) is slim. De fout zit in de laatste stap.
Verbeter het werk van Sara. Gebruik haar slimme idee.
Antwoord: 205
Klopt het antwoord van Ravi?
A Ja, het antwoord klopt
B Nee, het antwoord klopt niet
Antwoord: B (Nee, het antwoord klopt niet)
Hoeveel is 6 × 99 echt?
Antwoord: 594
Leg aan Ravi uit hoeveel hij eraf moet halen, en waarom.
Geen vast antwoord
Klopt het antwoord van Lotte?
A Ja, het antwoord klopt
B Nee, het antwoord klopt niet
Antwoord: A (Ja, het antwoord klopt)
Wat vind je van de manier van Lotte?
A Goed en handig
B Goed, maar het kan handiger
C Er zit een fout in
D Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier
Antwoord: A (Goed en handig)
Niet elke verdachte is schuldig. Kiest de leerling B, vraag dan hoe het nog korter zou kunnen.
Wat ging er mis bij Sara en bij Ravi?
A Ze rekenden te veel uit het hoofd.
B Ze rondden goed af, maar deden daarna het verkeerde met het verschil.
C Afronden is altijd fout.
Antwoord: B (Ze rondden goed af, maar deden daarna het verkeerde met het verschil.)
Klopt het antwoord van Jesse?
A Ja, het antwoord klopt
B Nee, het antwoord klopt niet
Antwoord: A (Ja, het antwoord klopt)
Jesse gebruikt zijn regel ook bij 63 : 3. Welk antwoord geeft hij dan?
Antwoord: 9
Hoeveel is 63 : 3 echt?
Antwoord: 21
Wat vind je nu van de manier van Jesse?
A Goed en handig
B Goed, maar het kan handiger
C Er zit een fout in
D Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier
Antwoord: D (Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier)
Eén voorbeeld waarbij een regel niet werkt, is genoeg om te laten zien dat de regel niet klopt.
Wat vind je van de manier van Noa?
A Goed en handig
B Goed, maar het kan handiger
C Er zit een fout in
D Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier
Antwoord: D (Geen bewijs: het klopt toevallig, of er staat geen manier)
Noa heeft gelijk, maar de rechter wil bewijs. Laat zien dat 640 : 8 = 80 klopt.
Antwoord: 80
Ook goed: 64 : 8 = 8, en 640 is tien keer zo veel, dus 80. Een keersom als controle is een prima bewijs.
Schat eerst. Kan 315 kloppen?
A Ja: 513 − 298 is ongeveer 300.
B Nee: 513 − 298 is ongeveer 500 − 300 = 200.
C Dat kun je met schatten niet zien.
Antwoord: B (Nee: 513 − 298 is ongeveer 500 − 300 = 200.)
Reken 513 − 298 uit op twee manieren.
Antwoord: 215 (2 manieren)
Waarom wil de rechter een manier zien, ook als het antwoord goed is?
Geen vast antwoord
Reken 5 × 68 uit zoals Bas en zoals Iris.
Antwoord: 340 (2 manieren)
Bij welke som is de manier van Iris (keer 10, dan de helft) extra handig?
A 5 × 46
B 3 × 46
C 4 × 46
Antwoord: A (5 × 46)
Keer 5 is de helft van keer 10. Bij keer 3 of keer 4 werkt de truc van Iris niet zo.
Reken 999 − 456 uit zoals Bas en zoals Iris.
Antwoord: 543 (2 manieren)
Bij 999 hoeft er niets geleend te worden, dus cijfer voor cijfer is hier snel en veilig. Een mooie zaak waarin de truc niet wint.
Reken 72 : 4 uit zoals Bas en zoals Iris.
Antwoord: 18 (2 manieren)
Wat is het oordeel van de rechter als twee manieren allebei goed zijn?
A De kortste manier wint altijd.
B Allebei goed. Welke het handigst is, hangt af van de getallen en van wat jij goed kent.
C De manier die de juf of meester uitlegde, is de goede.
Antwoord: B (Allebei goed. Welke het handigst is, hangt af van de getallen en van wat jij goed kent.)
Schrijf je zaak: de som, en de uitwerking van het verzonnen kind, met alle stappen.
Geen vast antwoord
Schrijf jouw eigen oordeel over de zaak.
Geen vast antwoord
Geef je zaak aan een klasgenoot. Schrijf op wat die als rechter zei. Was dat hetzelfde als jouw oordeel?
Geen vast antwoord
Zonder klasgenoot kunt u zelf de rechter zijn. Doe dan af en toe expres een verkeerd oordeel, en laat de leerling u overtuigen.
Schrijf een kort verslag voor De Rekenkoerier over jouw zaak. Bedenk een kop en schrijf drie zinnen.
Geen vast antwoord