De rekenrechtbank
Een verrijkingsbundel in vijf delen. In de Rekenrechtbank staan geen mensen terecht, maar uitwerkingen van kinderen. De leerling is de rechter en oordeelt steeds over drie dingen: klopt het antwoord, klopt de manier, en kan het handiger? Verslaggever Vera van De Rekenkoerier leidt elke zaak in.
De zaken zijn gekozen om één ding zichtbaar te maken: een goed antwoord zegt weinig over de manier. Er zijn goede antwoorden met een omslachtige manier (7 × 49 door zeven keer 49 op te tellen), slimme manieren met een fout (403 − 198 = 201), goede antwoorden met een regel die toevallig klopt (48 : 4 = 12 "want 4 + 8 = 12"), en zaken waarin twee manieren allebei goed zijn.
De rekenstof blijft binnen groep 5: getallen tot 1000, de tafels, en keer- en deelsommen met kleine getallen. Nieuw is het oordelen. Snelle rekenaars rekenen vaak uit het hoofd met een eigen manier die ze niet kunnen uitleggen, of houden vast aan één manier terwijl een andere handiger is. Als rechter moeten ze naar de manier kijken, ook van een ander, en leren ze een handigere manier te accepteren.
Doelen
- Ik controleer of een antwoord klopt, ook als het er goed uitziet
- Ik beoordeel of een manier klopt en of hij handig is
- Ik vind de fout in een slimme manier en verbeter hem
- Ik geef een handigere manier en leg uit waarom die handiger is
- Ik maak zelf een rechtszaak voor een klasgenoot
Onderdelen
- 1Zaak 1: goed, maar omslachtig7 opdrachten · 45 min
- 2Zaak 2: slim, maar fout9 opdrachten · 45 min
- 3Zaak 3: goed gegokt?9 opdrachten · 45 min
- 4Zaak 4: twee advocaten5 opdrachten · 45 min
- 5Jouw eigen zaak4 opdrachten · 45 min